Studentenalmanak 1954 - pagina 181
ik op hen nooit tevergeefs een beroep deed. Hoewel ik, als ik één
naam noem de andere namen eigenlijk niet mag verzwijgen, wil ik
toch met name de Heer Grosheide vermelden, die ons vele adviezen
heeft gegeven op financieel en juridisch gebied, en die als voorzitter
van de Civitasraad ook in deze raad voortdurend blijk gaf van zijn
grote belangstelling en hulpvaardigheid. Het corps heeft enige malen
een beroep op de Civitasraad gedaan en steeds is hieraan gevolg ge-
geven.
Ook de R.O.S.V.U. heeft ons dit jaar weer ontvangen en er is over
allerlei problemen gesproken. Deze bijeenkomst werd door ons ten
zeerste op prijs gesteld.
Wat het senaatsbeleid betreft, dit valt in het algemeen te karakte-
riseren als instandhouding van het bestaande. Er zijn onzerzijds geen
grootse nieuwe plannen ingediend. Ik weet, dat men dit niet altijd
billijken kon, en er is dan ook van tijd tot tijd critiek op dit beleid
uitgeoefend, hetzij in het seniorenconvent, hetzij in gesprekken, die
ik met verscheidene corpsleden had. Ter rechtvaardiging van dit be-
leid zou ik kunnen aanvoeren, dat wij van mening waren, dat ver-
nieuwingen, reorganisatie en regeneratie uit het corps zélf moeten op-
komen. Te veel plannen zijn er in de laatste jaren geweest, die te
weinig weerklank vonden in het corps en die daarom niet zijn uit-
gevoerd. Bovendien zijn wij van mening, dat de bestaande structuur
van het corps zeer vele mogelijkheden biedt voor een goed corps-
leven. Wij moeten er rekening mee blijven houden, dat het corps
is opgebouwd uit disputen. Veel kan men veranderen, dit zeker niet.
Er zijn grote voordelen aan de rivaliteit tussen deze disputen ver-
bonden. Stellig ook nadelen!
De vraag zou kunnen rijzen, of er dan geen behoefte bestaat aan
belangrijke wijzigingen en ingrijpende veranderingen. Men moet ech-
ter bij zulk een vraag zeer voorzichtig zijn en niet te snel met een ant-
woord klaar staan. De Senaat was van mening, dat dit jaar deze be-
hoefte niet algemeen gevoeld werd. Het staat echter als een paal boven
water, dat de komende twintig jaar van beslissende aard zullen zijn
voor het corps, en men moet bedenken, dat men beter vooruit kan
zien dan achterom. Ik moge U enige belangrijke vragen voorleggen.
Hoe groot zal het aantal corpsleden wezen over tien jaar ? Kunnen
we volstaan met onze geliefde, maar uiterst krappe behuizing op
deze sociëteit ? Wat moet het corps doen, als de Vrije Universiteit
zich vestigt aan de rand van de stad ? Hoe zal het overleg met de
Stichting Studentencentrum weer kunnen beginnen en wat staat ons
daarbij als ideaal voor ogen ?
159
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1954
Studentenalmanak | 324 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1954
Studentenalmanak | 324 Pagina's