Studentenalmanak 1954 - pagina 29
verlaten had, dan stond hij niet met een oordeel klaar, dan meed hij
niet het verder contact, integendeel, hij trachtte te begrijpen en te
overtuigen; hij zocht in de verhoudingen wat samenbond en niet wat
scheidde en zulks niet uit een lust tot vervlakking, maar gedreven
door een sterk en hooggestemd verlangen: ut omnes unum sint.
Ik meende goed te doen in korte trekken te trachten Prof. Diepenhorst
voor Uw geestesoog te doen herleven, zoals wij hem in de dagelijkse
omgang en uit zijn optreden in het openbaar hebben leren kennen.
Een trouw vriend, een loyaal tegenstander, een geestige tafelredenaar,
een hooggewaardeerd spreker en debater in de Senaat, een organisator
en leider op velerlei terrein van onze samenleving. Menigmaal werd
hij gepolst voor de hoogste posities in 's lands dienst en van nabij
heb ik zijn beslissingen zien vallen: de band met de Vrije Universiteit,
de omgang met de studenten, de arbeid en geestelijke bezinning, die
hij in zijn studeerkamer vond, dat alles bond hem zo sterk, dat hij
de richting op zijn levensweg in 1904 ingeslagen niet verliet.
Op 18 November 1904 deed Pieter Arie Diepenhorst zijn intrede
aan de Vrije Universiteit, als hoogleraar in de Economie, met een
inaugurele oratie over de ,,Klassieke School en de Economie". De
toen 25-jarige was de telg uit een oud boerengeslacht te Strijen,
koningen van hun erf, Calvinisten van hetzelfde slag, waaruit heden-
tendage zoveel voortreffelijke voortrekkers blijken voort te komen
onder de emigranten naar een nieuw vaderland. Als jongen trok hij
naar Amsterdam, woonde daar ten huize van Ds N . A. de Gaay
Fortman in het bescheiden, fijne milieu van het Gereformeerde predi-
kantengezin en bezocht het Gereformeerd Gymnasium. Hij studeerde
rechten aan de Vrije Universiteit, waar hij in 1900 magna cum laude
promoveerde op een lijvig proefschrift over ,,Calvijn en de Economie",
waarna zijn vestiging volgde als advocaat en procureur in Amsterdam,
slechts kort echter door zijn benoeming tot de uiterst zware en ver-
antwoordelijke taak van hoogleraar. Geestig is de wijze, waarop hij
zelf bij zijn afscheidscollege op 15 December 1949 zijn gevoelens
tekent in de eerste tijd van zijn professoraat: ,,Met de titel van professor
te worden toegesproken als 25-jarige door studenten met wie men
als medestudent is opgetrokken, die gelijke of hogere leeftijd bereikt
hebben, wekt onbehagelijke stemming. Een ietwat luidruchtige be-
groeting met de professorentitel als aanspraak in tram of andere publieke
gelegenheid, dreef het schaamrood der verlegenheid naar de kaken."
,,Met de loop der jaren verminderde die druk, alles went, ook het
25
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1954
Studentenalmanak | 324 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1954
Studentenalmanak | 324 Pagina's