Studentenalmanak 1954 - pagina 270
onderzoekers ^) er toe, hierbij een groot vraagteken te zetten.
Men had, zo betoogden dezen, van de overlevering van de Koran
een heel vertekend beeld gegeven. Hier speelde immers juist al zeer
vroeg de schriftelijke optekening een allesbeheersende rol. Wel is het
waar, dat de tekst van de Koran van het begin af tot op vandaag toe
uit het hoofd geleerd wordt, maar, zo werd van deze zijde betoogd,
dit is toch al heel weinig bewijskrachtig om het bestaan van een zelf-
standige mondelinge overlevering van de tekst aan te tonen. Men
vergelijke het slechts ^) met het feit, hoe ook bij ons de catechismus
al enkele eeuwen lang uit het hoofd geleerd wordt, maar de tekst
toch uitsluitend schriftelijk van geslacht op geslacht overgaat.
Het bleek voorts ook, dat het onjuist is, dat de traditie-literatuur
jaren lang alleen mondeling overgeleverd werd. Zeer vroeg was er
hier al optekening en pas in later tijd werd er grote nadruk gelegd,
in bepaalde kringen, op de mondelinge overdracht, wellicht onder
invloed van wat men te weten kwam van de wijze, waarop de Rab-
bijnen hun onderricht inkleedden ' ) .
Ook de oud-Arabische poëzie, wel het sterkste gegeven, waarop men
meende zich te kunnen beroepen, bleek bij nader onderzoek aller-
minst zo lang zonder schriftelijke optekening te zijn geweest als velen
dachten.
In elk geval mag als vaststaand aangenomen, dat b.v. wijsheidsspreu-
ken al zeer spoedig opgetekend werden.
Sommige auteurs *) menen ook, dat veel van de oud-Arabische poëzie
lang voor de Umayyadentijd al schriftelijk overgeleverd werd en ver-
klaren zelfs, dat de varianten in de huidige teksten alleen verklaard
kunnen worden uit het uitermate gebrekkige oud-Arabische schrift,
dat tot veel misverstanden aanleiding gaf. Men bedenke n.1. dat niet
alleen geen vocaaltekens bestonden, maar dat ook bepaalde letters niet
van diacritische punten voorzien waren, zodat b.v. de b, t, th er vol-
komen gelijk uitzagen. Ook letters als de f n de q waren uiterlijk
niet van elkaar te onderscheiden, evenmin als de dsch, de h en de ch
etc.
Alleen wie hierop let, zo menen zij, kan de bestaande varianten be-
^) Verg. van der Ploeg. Le Róle de la tradition orale. Revue Bi-
blique 1947, pag. 5—41. G. Widengren. Literary and Psycho-
logical aspects of the Hebrew prophets, 1948.
*) Widengren a.w. pag. 91, noot 2.
*) Widengren a.w. pag. 44, Horovitz, Der Islam 1918, 46.
*) Krenkow. A Volume of oriental studies 267. Widengren a.w. 25.
246
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1954
Studentenalmanak | 324 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1954
Studentenalmanak | 324 Pagina's