Studentenalmanak 1955 - pagina 310
Aldus zouden de kiezers schier automatisch en noodwendig in twee
grote partijen uiteenvallen: de conservatieve en — in moderne termi-
nologie — de progressieve.
Thorbecke, het oog gericht op de Nederlandse politieke situatie van
zijn dagen, onderscheidde in dezelfde gedachtengang drie groepen:
de partij van het behoud, die van de gematigde vooruitgang en die
van de snelle vooruitgang. Terwijl Rohmer in zijn in 1844 uitgegeven
geschrift over ,,Die vier Parteien" meende, dat met de vier fazen
van een mensenleeftijd, welke hij wasirnam, vier partijen zouden
corresponderen: naast de drie van Thorbecke nog een reactionaire
partij.
Ongetwijfeld had Rohmer in de politieke loopbaan van de latere
Nederlandse staatsman van Houten een bewijs voor zijn opvatting
gezien. Zo kunnen ook andere politieke gedragingen en ontwikkelingen
ter ondersteuning van deze ,,theorie van de menselijke natuur" worden
aangevoerd.
Toch zal het duidelijk zijn, dat zij in haar louter instinctmatige en
physiologisch-biologische verklaring van 's mensen politieke handelen
door haar volstrekte eenzijdigheid principieel te kort moet schieten
en slechts één aspect van de partijvorming kan raken.
Stahl en Groen van Prinsterer constateerden dan ook een tweedeling
van geheel andere aard; ,,De eene, die onder velerlei wijzigingen de
Revolutie-leer in beoefening brengt; de andere, welke haar onder alle
vormen en wijzigingen bestrijdt". Met andere woorden: enerzijds de
zichzelf genoegzame mens, vertrouwend op zijn autonome rede, ander-
zijds de zich van zijn afhankelijkheid van zijn Schepper bewuste mens,
aanvaardend het gezag van Zijn Woord.
Gold dit in diepere zin, als fundamentele tegenstelling, beiden er-
kenden, dat aan weerszijden van de aldus gemarkeerde scheidslijn
verschillende inzichten en derhalve partij vormingen in feite voor
kwamen. Partijen waren voor Groen een ,,systematische verscheiden-
heid van politieke beschouwing". Gelijk bekend legde hij zeer grote
nadruk op de noodzakelijkheid een partij te funderen in een beginsel;
daarnaast onderscheidde hij — met de grootste klem afgewezen —
partijen, welke zich ,,groeperen rondom een belang zonder dieper
beginsel," alsmede partijen in de vorm van ,,coteriën, welke haren
samenhang meer vinden in personen dan in een beginsel".
Deze driedeling, welke op verantwoorde wijze lijkt te correleren met
de organisatie van het zieleleven van de mens en in later jaren door
de Duitse socioloog Max Weber in ietwat gewijzigde vorm — ,,Welt-
282
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1955
Studentenalmanak | 370 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1955
Studentenalmanak | 370 Pagina's