Studentenalmanak 1955 - pagina 324
Eivorming
Hoe verheugde ik mij er op weer te midden van hen allen te zijn.
Met nauw bedwongen emotie liet ik mijn blik gaan over ,,Wat Ons
Samenbindt", het conferentieoord, waar we zo vaak echt uitgepraat
hadden. Zo had dit zuivere ontmoeten van elkander, dat nooit troebel
geworden was, menig plekje onder beukeboom en spar vervuld met
een idyllische herinnering.
Ik was er. Mijn groot verlangen deed me op een holletje gaan en met
een uitbundig ,.Hallo lui!" kwam ik met de deur in huis vallen. Allen
zaten in een kring. Mijn gemoed schoot vol bij het zien van al de mij
zo dierbare gezichten, waarover 't open haardvuur een rossige gloed
verspreidde. Spontaan en hartelijk, zoals altijd, kwam Miepsje me
tegemoet. Over haar anders zo opgeruimd en blij gezichtje lag een
ernstige trek. ,,Henri vertelt ons van zijn verloving, Toon", fluisterde
ze mij in 't oor. ,,Hoera!", riep ik uitbundig. ,.Jacqueline heeft me
haar hartje niet geheel kunnen geven. Toon", kwam Henri in droeve
berusting tussenbeide, daarmee mijn aanvankelijke luidruchtigheid in
een pijnlijk daglicht stellend. Met een knagend gevoel van wroeging,
dat ik de toch al zo gevoelige natuur van Henri misschien wel had
pijn gedaan, schoof ik stil mijn stoel bij, in de kring op mijn oude
plaatsje. Toos, hoewel ik aan haar zag. dat ze zielsverdrietig was,
knikte mij even bemoedigend toe. Na een moment van droeve zwijg-
zaamheid, vervolgde Henri met gebroken stem. Toen werd 't me te
machtig en in een plotselinge opwelling van mijn verdriet, zag ik als
enige steun, in een zo droeve verlatenheid, 't tengere handje van Toos,
waarnaar ik mijn hand tastend liet afglijden. Plotseling joeg een golf
van schaamte 't bloed naar mijn gezicht. Over 't fragiele, blanke handje
van Toos, had zich een ongevormde, onbeschaamd-bont gekleurde
vlerk gelegd, over welks bezit slechts een Barneveldse leghorn zich
kan verheugen. Een heerlijke, goudgele maïskolf, die Jacquelientje
met zorgzame hand tussen wat fris beukenblad geschikt had, begon
me plotseling onweerstaanbaar aan te lokken en ternauwernood
slaagde ik er in een geagiteerd kakelen binnensmonds te houden.
Even leek 't of Toosje me onderzoekend aan keek. Op dat moment
echter, klonk Eelco's zachte stem: „Mag ik wat uit Byron zeggen?"
,,He nee, die naarling", flapte Ans er uit. ,,Helemaal geen naarling,
't is een kipling", riep ik blij over mijn vondst, waarna ik tersluiks
naar de mensen keek, of ik iets van mijn groot geheim had verraden.
Nadat Eelco het derde gedicht had voorgedragen zocht bij de anderen
de emotie zich een weg en bij mij een ei. Terwijl allen met Eelco
296
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1955
Studentenalmanak | 370 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1955
Studentenalmanak | 370 Pagina's