Studentenalmanak 1956 - pagina 379
Oudnederlands
door
Prof, Dr. W. J. H. CARON
Meermalen komt het voor, dat wetenschappelijke termen gebruikt
worden zonder dat men precies weet, wat men er onder moet
verstaan. Zo stuiten we wel op de mening, dat het Nederlands van
enkele eeuwen geleden, met name dat van het bloeitijdperk onzer
letterkunde, wel zó eerbiedwaardig geworden is — „klassiek" zegt
men soms, een adjectief gebruikend over welks betekenis ook geen
eenstemmigheid heerst —, dat het aanspraak mag maken op de
benaming Oudnederlands. Van Unguistische zijde bezien is zulk een
opvatting onjuist. We behoeven nog niet dadeUjk te spreken van
een lekenoordeel, dat aan het gewraakte gebruik zou ten grondslag
liggen. Het kan een overblijfsel zijn van een vroegere wetenschap-
peUjke aanduiding. Er zijn tal van wetenschappeUjke termen, waar-
omtrent geen of nog geen eenparigheid van gevoelen heerst. Ze
hebben hun geschiedenis en in den loop der tijden kan er betekenis-
wijziging hebben plaats gevonden. Ook in de taalwetenschap is
de term Oudnederlands wel opgevat als de taal van de Gouden
Eeuw. Zo verscheen er in de vorige eeuw een Bijdrage tot een Middel-
tn Oudnederlandsch Woordenboek van A. C. Oudemans (Arnhem, 1869-
80), waarin de schrijver een woordenverzameling bood uit het
Nederlands van de middeleeuwen en den daarop volgenden tijd.
Maar ook heden gebruikt men nog gaarne de denominatie „Oud"
om iets historisch aan te geven, dat thuishoort in een tijd, die een
paar eeuwen achter ons ligt. Een „Oud-HoUands" binnenhuis
stellen we ons voor als het interieur op een schilderstuk van Pieter
de Hooch. En een zeer gezien kunsthistorisch tijdschrift, dat bij-
zonder veel bijdragen over de zeventiende-eeuwse kunst bevat,
draagt den naam Oud-Holland.
Nu moge het en ook dit spraakgebruik zijn eigen rechten hebben,
toch is er reden te vragen, wat de taalwetenschap bedoelt, als ze
zich bedient van den term Oudnederlands. Wetenschappelijke be-
grippen behoren niet vaag, maar duidelijk, althans zo duidelijk
mogelijk te zijn. Sedert Jacob Grimm is het gebruikelijk geworden,
in de ontwikkeling der talen de perioden „Oud", „Middel" en
333
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1956
Studentenalmanak | 446 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1956
Studentenalmanak | 446 Pagina's