Studentenalmanak 1956 - pagina 276
directheid moet hebben bezeten^ die ons arrivisme en onze winter-
slaap missen. Voor de toekenning van de efFectus civilis was men
een intellectuele paria, die alle examens aan een andere, echte uni-
versiteit moest overdoen. Vrije tijdsbesteding bestond in evange-
liseren, poUtiseren en propaganda maken voor gereformeerde orga-
nisaties. De antirevolutionnaire partij werd kinderarbeid verweten,
omdat jongere jaars weken in touw waren bij verkiezingen. Men
was calvinist of men was nergens, het niemandsland daartussen was
toen nog niet uitgevonden. Het bewustzijn de stoottroep van hun
volksdeel te zijn had verplichtingen, die met grote persoonlijke
offers vervuld werden. Men gedroeg zich Uever als harige leeuw
dan als decoratieve zuil.
CONSOLIDATIE 1905—1930
De volgende vijfentwintig jaar geven weinig schokkende dingen
te zien; daarvoor was in het voorafgaande genoeg gebeurd. Men
benoemde ereleden, vierde dies, breidde zich gestadig uit en maakte,
zijdeUngs, een wereldoorlog mee. Stoa tot en met Lukeion ont-
stonden en maakten daardoor het geheel gevarieerder en ruimer.
Bovendien ontstond de gelegenheid de erfenis van de vorige periode
te inventariseren en er mee te werken.
De eerste periode was introvert genoeg geweest om met zichzelf
klaar te komen. De buitenwereld, vol van mogelijkheden en nog
meer onmogelijkheden, plaatste het Corps en daarmee zijn leden,
voor geheel nieuwe problemen. Men had zichzelf tot christen-
student geproclameerd, maar hoe zou men er naar handelen? De
wat steriele discussie over theoretische vragen kon zich nu richten
op een nieuw veld, het alledaagse studentenleven. Hoe calvinist en
desondanks geen anachronisme te zijn?
Inderhaast waren indertijd de vormen van het bestaande, liberale
studentenleven gecopieerd, zonder dat men zich veel rekenschap
had gegeven van de hantering er van. Men begon zich nu af te
vragen of er een christeUjk haar knippen en een reformatorisch bier-
drinken bestond, dan wel gecreëerd moest worden. Gerecruteerd
uit een cultuurschuw milieu, uit zichzelf niet geneigd tot exploratie
van het goede leven, voelde men zich in het grotestadsleven een
beetje als een ouderling in een nachtclub. Hoewel de problematiek
niet in alle gevallen zo banaal was als boven afgeschilderd en men
op ruimer vlak zich had te oriënteren over christendom en cultuur,
bleef veel gepraat cirkelen rondom de vragen van mogen en
236
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1956
Studentenalmanak | 446 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1956
Studentenalmanak | 446 Pagina's