Studentenalmanak 1956 - pagina 49
de hoogleraren aan een universiteit als de onze, is in de laatste
jaren nogal eens een punt van debat geweest. Het blijkt meer en
meer dat dit principiële element door geestverwante studenten
vaak wordt gemist en aan niet-geestverwanten vaak opvalt. Wij
hebben overigens nog te veel herinnering aan de principiële over-
drijvingen der twintiger en dertiger jaren; wat intuïtie met geloof
bewerkstelligen, wordt, dank zij de christelijke bescheidenheid,
tegenwoordig niet direct van het epitheton christelijk of enig juist
voorzien.
Dat de inaugurele rede van de verhouding tussen beginsel en wer-
kehjkheid spreekt, zegt de titel al. De roep om zelfstandigmaking
van de onderneming als eigen rechtsfiguur wordt geschetst als een
eis die uit de werkelijkheid opkomend geen grond in een beginsel
vindt en daarom geen werkehjkheidsbasis heeft. Wie daaruit enig
conservatisme bij Okma zou wülen afleiden, kan zich wel uit de droom
laten helpen door het onder zijn leiding tot stand gekomen rapport
van de C.N.V.-Commissie over de Medezeggenschap.
Vooral het verenigingsrecht had de liefde van zijn hart. Hij was
het die wist te bewerkstelligen dat voor het eerst in de geschie-
denis van het Nederlands Hoger Onderwijs het verenigingsrecht
als een eenheid en als afzonderlijk vak zou worden gedoceerd. In
collegedictaten over dit onderwerp Uggen waardevolle gegevens
verborgen. Gepubliceerd is verder alleen een beschouwing in ver-
band met de vragen over het nieuwe B.W., die de reële existentie
van de rechtspersoon los wil maken van altijd gekunstelde goed-
keuringen.
Dat misbruik van recht een probleem is waar de grondvragen van
het recht bij te pas komen, behoeft geen betoog. Okma gaat die
vragen ook allerminst uit de weg. Reeds de eerste bladzijde over
de enkelvoudige en correctieve methode van rechtsvinding wekt
de onblusbare toorn van Eggens, die in enige hoofdartikelen van
het WPNR niet altijd strikt zakelijk, Okma's algehele conceptie
van misbruik van recht attaqueert. Wel heel ver zijn de theoretische
opvattingen van deze Hegeliaanse geleerde verwijderd van die van
Okma. Uiteindelijk gaat het in die discussie niet zozeer om het
misbruik van recht, al spitst de zaak zich daar wel op toe. In wezen
gaat het om de diepere vragen naar het wezen van het recht, om
wat men onder recht verstaat. Laten twee uitdrukkingen dat mogen
aantonen: misbruik van recht is bij uitstek een relatie-begrip, naast
Okma's gezegde: rechtsmisbruik duidt in de eerste plaats op het
bestaan van recht.
37
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1956
Studentenalmanak | 446 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1956
Studentenalmanak | 446 Pagina's