Studentenalmanak 1956 - pagina 394
G. DREVELKRANS, een mijlpaal
De heer Drevelkrans is een groot man, hij is een van de leidende
geesten in zijn soort. De heer Drevelkrans weet dit niet van zichzelf,
of beter: hij wil het niet toegeven, en daarom rijst hij nog meer in
aller achting.
Hij is maar een gewoon man om te zien, één van de lopende band,
en daar ligt dan ook ogenschijnlijk zijn levensdoel; doch let U wel
op wat er staat: ogenschijnlijk. Als U hem ziet, de heer Drevelkrans
met zijn baard, zijn losse hemd en zijn holle ogen, dan denkt U:
„als dat er niet één van de band is, de drumband of de lopende !"
Maar kijkt U eens dieper. Kijkt U maar eens door zijn baard en zijn
ongewassen gezicht heen, dan ziet U twee energieke kaken, en vuur,
glinsterend in 't oog, scheppend, krachtig-creatief vuur, en niet van
stofzuigers of elektrische wafelijzers, maar van kunstgewrochten,
grootse mijlpalen van „modern art", abstract of concreet, naar men
wü. Neen, neen, de heer Drevelkrans moet men niet op een grote
hoop gooien met klungels als Appel of Peer, of weet ik, welke
boomvruchten meer. Neen, Drevelkrans moet op een sokkel, er
bovenop, met een zwaard in zijn hand.
En dan sluit ik mijn ogen, en zie in een grote stad een prachtig
plein, waarop vele kroegen met namen als „Chez Drevelkrans" of
„d'Oude Gerrit" (zo heet Drevelkrans van voren); dan zie ik een
groot plantsoen, ten midden met een reuzensokkel en daarbovenop
Drevelkrans, aanbeden door Rembrandt en van der Lek. En aan de
voet staat een smulkraampje, waar men Drevelkransbrabbeltjes
verkoopt, gebakken volgens het recept van de grote meester, en
niemand vindt ze lekker, maar men glundert, omdat „Gerrit" ze at.
Edoch, goede lezers, dit is toekomstmuziek. Thans is Drevel,
zoals zijn vrienden hem noemen, nog een man slechts in kleine
kring erkend, door velen beschouwd als een onappetijtelijke prutser.
Men noemt hem „een hark met kwasten", „een averechtse linnen-
beknoeier" of ook wel een olie(Ä?«?schi]der in plaats van een o]\e.verf-
schilder.
Maar onze Drevel werkt door, ook al wordt hij door de kunstbonzen
verguisd. Hij gaat er onder gebukt, maar hij begrijpt hen: het zijn
ook maar mensen. „Ja, kunstbonzen zijn ook maar mensen", zo
hoorden wij hem mompelen door de naden van zijn prachtig gaaf
gebit, toen hij weer een van zijn schilderijen opat, omdat hij van de
348
«
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1956
Studentenalmanak | 446 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1956
Studentenalmanak | 446 Pagina's