Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Studentenalmanak 1956 - pagina 288

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Studentenalmanak 1956 - pagina 288

2 minuten leestijd

tentamen moeten bewijzen een evangelie en een brief te hebben

gelezen. Als Kuyper er niet was, examineerde Rutgers Hebreeuws,

Woltjer Nederlands of aesthetica. In de archaeologie, waarin, zie

boven, geen college werd gegeven, examineerde Geesink. Geesink

had altijd twee bijzondere vragen. Hij vroeg, of er nog wel eens een

tempel buiten die te Jeruzalem was geweest en wat de bethyliën-

dienst was. Dat wist vrijwel niemand. Ik bofte; doordat ik het

destijds nogal bekende boek Heions bedevaart naar Jerun^akm gelezen

had, wist ik iets van den tempel te Heliopolis of On. |

Ik schreef een en ander over mijn propaedeutischen tijd. Evenveel

of meer zou ik over mijn volgende collegejaren kunnen schrijven.

Want het was toch wel een merkwaardige tijd. Nog tijdens mijn

eerste jaar werd Prof. Dr. H. H. Kuyper benoemd om onderwijs

te geven in de Vaderlandse Kerkgeschiedenis, een vak, dat hij van

Rutgers overnam en in de ambtelijke vakken, waarin behoudens

het preekcoUege geen onderwijs werd gegeven. Een hoogleraars-

benoeming was toen iets anders dan het nu is, de benoeming van

H. H. Kuyper bracht heel wat veranderingen.

In mijn propaedeutischen tijd viel het ook, dat Kuyper bij zijn I

aftreden als rector, zoals het toen gebruikelijk was, zijn beroemde

rede over Evolutie hield. Ik kende Kuyper wel, maar onder het

houden van die rede heb ik toch voor het eerst begrepen, waaiin

een deel van zijn kracht school. Natuurlijk had Kuyper ook wel

eens ongelijk, dat heb ik later genoeg ervaren, maar het was toch I

zo, dat, als Kuyper iets zeide, hij dan overtuigde, het kwam niet

bij de hoorders op, dat hij wel eens ongelijk kon hebben. Ik heb

dit ook ervaren bij zijn coUeges dogmatiek (over de punten, die

in de uitspraak van de Synode te Utrecht 1905 zijn behandeld),

die ik nog één jaar heb mogen volgen en die ik nooit vergeten zal

en bij zijn colleges over den brief aan de Romeinen, die mij zeer

veel verder hebben gebracht.

Zo'n overdracht van het rectoraat had altijd wat bijzonders. Het

was destijds voor vele mensen een echte plechtigheid. In de be-

roemde „Werkende Stand", waarin een groot deel van het acade-

mische leven zich heeft afgespeeld, heerste door de mensen, die

haar maakten, een bepaalde sfeer. De studenten, die destijds allen

kwamen, zaten op de eerste rijen. Achter hen een koord. Dan de

plaatsen voor de familieleden der officiële personen. Achter een

tweede koord waren de plaatsen vrij. Ditmaal had de overdracht

nog dit bijzondere, dat Kuyper voor de eerste maal de cappa droeg.

246

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1956

Studentenalmanak | 446 Pagina's

Studentenalmanak 1956 - pagina 288

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1956

Studentenalmanak | 446 Pagina's