Studentenalmanak 1956 - pagina 288
tentamen moeten bewijzen een evangelie en een brief te hebben
gelezen. Als Kuyper er niet was, examineerde Rutgers Hebreeuws,
Woltjer Nederlands of aesthetica. In de archaeologie, waarin, zie
boven, geen college werd gegeven, examineerde Geesink. Geesink
had altijd twee bijzondere vragen. Hij vroeg, of er nog wel eens een
tempel buiten die te Jeruzalem was geweest en wat de bethyliën-
dienst was. Dat wist vrijwel niemand. Ik bofte; doordat ik het
destijds nogal bekende boek Heions bedevaart naar Jerun^akm gelezen
had, wist ik iets van den tempel te Heliopolis of On. |
Ik schreef een en ander over mijn propaedeutischen tijd. Evenveel
of meer zou ik over mijn volgende collegejaren kunnen schrijven.
Want het was toch wel een merkwaardige tijd. Nog tijdens mijn
eerste jaar werd Prof. Dr. H. H. Kuyper benoemd om onderwijs
te geven in de Vaderlandse Kerkgeschiedenis, een vak, dat hij van
Rutgers overnam en in de ambtelijke vakken, waarin behoudens
het preekcoUege geen onderwijs werd gegeven. Een hoogleraars-
benoeming was toen iets anders dan het nu is, de benoeming van
H. H. Kuyper bracht heel wat veranderingen.
In mijn propaedeutischen tijd viel het ook, dat Kuyper bij zijn I
aftreden als rector, zoals het toen gebruikelijk was, zijn beroemde
rede over Evolutie hield. Ik kende Kuyper wel, maar onder het
houden van die rede heb ik toch voor het eerst begrepen, waaiin
een deel van zijn kracht school. Natuurlijk had Kuyper ook wel
eens ongelijk, dat heb ik later genoeg ervaren, maar het was toch I
zo, dat, als Kuyper iets zeide, hij dan overtuigde, het kwam niet
bij de hoorders op, dat hij wel eens ongelijk kon hebben. Ik heb
dit ook ervaren bij zijn coUeges dogmatiek (over de punten, die
in de uitspraak van de Synode te Utrecht 1905 zijn behandeld),
die ik nog één jaar heb mogen volgen en die ik nooit vergeten zal
en bij zijn colleges over den brief aan de Romeinen, die mij zeer
veel verder hebben gebracht.
Zo'n overdracht van het rectoraat had altijd wat bijzonders. Het
was destijds voor vele mensen een echte plechtigheid. In de be-
roemde „Werkende Stand", waarin een groot deel van het acade-
mische leven zich heeft afgespeeld, heerste door de mensen, die
haar maakten, een bepaalde sfeer. De studenten, die destijds allen
kwamen, zaten op de eerste rijen. Achter hen een koord. Dan de
plaatsen voor de familieleden der officiële personen. Achter een
tweede koord waren de plaatsen vrij. Ditmaal had de overdracht
nog dit bijzondere, dat Kuyper voor de eerste maal de cappa droeg.
246
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1956
Studentenalmanak | 446 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1956
Studentenalmanak | 446 Pagina's