Studentenalmanak 1956 - pagina 376
is dan zulk een harmonische oscillator, heeft zich toch in december
1954 een geval voorgedaan, waarbij wij met een zekere mate van
brutaliteit de zee desniettemin kunnen vergelijken met zulk een
harmonische oscillator. Een analyse van wat zich tijdens de „storm-
vloedtweeling" van december 1954 heeft voorgedaan heeft laten
zien dat wij voor een bepaalde willekeurige plaats het verloop der
verschijnselen in dit geval kunnen voorstellen door middel van
het model van een harmonische oscillator staande onder invloed
van een periodiek veranderende kracht bij aanwezigheid van in-
wendige wrijving, die een demping veroorzaakt. Er traden nl. op
22 en 23 december twee stormen na elkaar op, die beide een storm-
vloed veroorzaakten met een tijdsinterval van ongeveer 36 uur.
Dit tijdsinterval is nu ongeveer gelijk aan de periode van een eigen-
slingering van de watermassa der Noordzee. Met zulk een eigen-
slingering van de Noordzee wordt bedoeld de schommeling, die
het water van de Noordzee zal uitvoeren wanneer het op een bepaalde
manier uit zijn evenwicht is gebracht (dit kan op veel manieren,
want er zijn veel richtingen waarin het uit zijn evenwicht kan worden
gebracht) en daarna aan zichzelf wordt overgelaten. Daar dus het
tijdsinterval tussen deze twee stormvloeden ongeveer gelijk was
aan zulk een periode van eigenslingering, hadden we hier te maken
met een soort resonantie, een verschijnsel welbekend uit de theorie
van onze harmonische oscillator. Inderdaad waren tijdens deze
stormvloeden de waterstanden niet onbelangrijk hoger dan be-
antwoordt aan de evenwichtstoestanden.
Bij Hoek van Holland bijv. waren de theoretische evenwichts-
standen, die dus zouden beantwoorden aan het evenwicht van
krachten, zowel op de 22e als op de 23e december ongeveer 1.90 m
boven de standen van de getijtafel. De werkelijke verhogingen
hebben echter bedragen: in de voormiddag van de 22e: 2.30 m,
in de namiddag van de 23e: 2.50 m. Behalve dat zij dus belangrijk
hoger waren dan de evenwichtsstanden, laten deze verhogingen
verder zien dat hier een soort opslingering plaats vond, die wijst
op resonantie. Inmiddels is uit een theoretische analyse van deze
stormvloed gebleken, dat reeds bij de tweede stormvloed de verho-
ging praktisch maximaal was, d.w.z. dat, als er eventueel nog
meerdere stormen van dezelfde kracht waren gevolgd, de verhoging
toch nauwelijks meer zou toenemen.
Verder verdient nog vermelding, dat er in dit geval tussen oorzaak en
gevolg een tijdsvertraging („faseverschuiving") van ongeveer 6
uur optrad.
330
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1956
Studentenalmanak | 446 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1956
Studentenalmanak | 446 Pagina's