Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Studentenalmanak 1956 - pagina 382

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Studentenalmanak 1956 - pagina 382

2 minuten leestijd

vaderland uiting geeft. Overigens zonder adstructie. Een geheel

andere interpretatie luidt: hier spreekt een verliefde jongeman, die

ziet, hoe de vogels hun nesten klaar gemaakt hebben, en nu zijn

klacht slaakt: ik en jij niet. Ongetwijfeld wordt aan den gehelen

zin met deze verklaring beter recht gedaan. Of moeten we het al

te vreemd vinden, dat de schrijver, die een monnik kan of zal

geweest zijn, een dergelijke verzuchting slaakt, en haar bovendien

aan het perkament toevertrouwt? Hem kan niets menselijks vreemd

geweest zijn; ongetwijfeld, maar daarmee blijven we toch in de

onzekerheden zitten.

Nu heeft deze probatio pennae nog een voortzetting. Er staan enkele

krabbels achter, die buitengewoon onduidelijk zijn, maar waarvan

toch wel iets te maken is. Het is zeer aannemelijk, dat ze ook een

vertaling uit het Latijn voorstellen, en wel van een zin, die drie

regels hoger staat en die luidt: quid expectamus nunc. Als we ons

voor een deel met een reconstructie behelpen (waarop ik hier niet

nader zal ingaan), moeten we tot de slotsom komen, dat er gestaan

heeft: wat unbidan we nu. Er liggen hier enkele moeilijkheden,

waaromtrent ik thans aUeen wil opmerken, dat er letterlijk „un-

biadan" schijnt te staan. Onder de middelste a staat echter een punt,

hetgeen wil zeggen, dat ze geëxpungeerd is („doorgeschrapt").

De bedoeling was dus „unbidan" te schrijven, een werkwoord, dat

we heel goed kunnen thuisbrengen. Het is hetzelfde als het Middel-

nederlandse „onbiden", dat „wachten, toeven" betekent en aan het

thans nog bekende „beiden" of „verbeiden" verwant is.

Opnieuw staan we voor de vraag van de interpretatie. Wat be-

tekent: Alle vogelen hebben nesten begonnen behalve ik en jij,

wat wachten we nu? De tweede zin, gesteld dat onze reconstructie

juist is, maakt de veronderstelde aansluiting bij een bijbeltekst

niet aannemelijker. Dit verwondert niet, nadat we reeds gezien

hebben, hoe de eerste zin slechts uiterUjk, door de beeldspraak,

een zekere aanleuning bij Christus' woorden zou kunnen vertonen.

Of nu de romantische opvatting van den verliefden schrijver de

enig overbUjvende mogelijkheid biedt, is moeilijk uit te maken.

Wel mogen we vaststellen, dat zij zeker niet verzwakt wordt door

de dringende vraag: wat toeven we nu? Deze volgt in het Oud-

nederlands, waardoor „behalve ik en jij" meer verstaanbaar wordt

dan wanneer we de vraag voorop geplaatst denken. In het Latijn

schijnt ze wel vooraf te gaan. Sisam heeft dit als vaststaand aan-

genomen en kwam zo tot de woordspeling: na „wat verwachten

we nu" volgt iets dat we helemaal niet verwachten. In de werkelijk-

336

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1956

Studentenalmanak | 446 Pagina's

Studentenalmanak 1956 - pagina 382

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1956

Studentenalmanak | 446 Pagina's