Studentenalmanak 1956 - pagina 50
Trouwens ook naar een andere zijde had Okma zijn standpunt
duideUjk bepaald. Enige weken voor zijn promotie verscheen nml.
te Nijmegen een dissertatie van Helmich over nauwkeurig het-
zelfde onderwerp. Slechts in zijn voorwoord kon Okma nog op
Helmich's werk ingaan. Hij typeert dan de tegenstelUng als Hel-
mich's „innenseitig" standpunt voortvloeiend uit diens Katholieke
overtuiging, tegenover eigen „aussenseitige" mening. Innenseitig
dan in deze zin dat het subjectieve recht de reden van zijn begrensd-
heid vindt in zichzelf, waardoor misbruik van recht bij uitsluiting
wordt gelijkgesteld aan gebruik buiten het doel; Okma's „Aussen-
seitigkeit" daarentegen, die de beperking van het subjectieve recht
niet ziet in dat subjectieve recht zelf, maar zich richt tegen de prin-
cipiële uitsluiting van bepaalde criteria, en van de rechter onbevangen-
heid tegenover elk criterium vraagt.
Enige jaren later komen Okma en Eggens elkaar weer tegen, nu
in een stuk van Okma's hand, waarin hij in het Nederlands Juristen-
blad 1951 op verzoek van de redactie aan de komende vergadering
een overzicht geeft van de ingediende praeadviezen, ditmaal die
van Haardt en Eggens handelende over Bewijs. In dat hoofd-
artikel keert Okma zich tegen Eggens' opvatting van het recht als
louter bewustzijnsinhoud, Eggens kent verder aan het recht een
„vloeiend" karakter toe en de nadere inhoud van het recht wordt
door de rechter bepaald. Bewijzen is dan niet anders dan het be-
palen van de concrete rechtsbetrekking door partijen en rechter.
Welk betoog culmineert in de uitspraak: Ook de rechter bewijst.
Okma formuleert zijn bezwaren tegen die opvatting als volgt:
Het komt mij nog voor „dat Eggens een al te grote nadruk legt
op de ontwikkeUng, het worden, van het recht. Men kan daar-
mede niet te ver gaan, zonder op den duur het recht zelf op te
heffen. Want het gezag, de gelding, ja zelfs de ontwikkeling, van
het recht, berust op het zijn van het recht". Met grote voorzichtig-
heid t.a.v. de diepste kern van Eggens' denkbeelden („Eggens
houdt vele slagen om de arm en van al hetgeen hij beweert, zegt
hij ook wel ergens het omgekeerde. Zo is nu eenmaal zijn betoog-
trant") typeert Okma dan Eggens' leer als „overschatting van de
functie des rechters, die immers — als er slechts recht in wording
en dus eigenhjk géén recht is — de enige is, die dan nog recht kan
scheppen."
Calvinist was Okma op een bij Calvinisten vaak te weinig ver-
toonde wijze. Okma was meer een synthetische dan een antithe-
tische figuur. Bij zijn inaugurele oratie heeft hij daaraan jegens
38
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1956
Studentenalmanak | 446 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1956
Studentenalmanak | 446 Pagina's