Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Studentenalmanak 1956 - pagina 274

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Studentenalmanak 1956 - pagina 274

2 minuten leestijd

een bestuurskwartet plus een gewoon lid. Een jaar later, met het

oog op de beperkte doelstelling der vereniging en de groei van de

jonge alma mater, wil men een Corps oprichten, dat alle studenten,

op grond van hun inschrijving aan de universiteit, zal moeten om-

vatten en allerlei belangen zal behartigen. Zo wordt dan, met over-

name van de bestaande vereniging, op 3 maart 1882 het Corps van

studenten der Vrije Universiteit door tien leden opgericht.

De scheiding tussen corps en oratorische vereniging vindt plaats

op 26 oktober 1882, als de oratorische vereniging „Demosthenes"

ontstaat die de litteraire activiteiten onder haar hoede en zinspreuk:

„pectus est, quod disertum facit", neemt. Aan enthousiasme en

plannen ontbreekt het niet: moties over de uitgave van een corps-

blad, een almanak en een liederenbundel worden aanvaard en men

zoekt naar een sociëteit in het centrum van de stad. Amsterdamse

joffers vervaardigen een vaandel met de bekende zinspreuk, dat

door dr. A. Kuyper in 1885 overgereikt wordt. Een hospitiumzaal

doet vijf jaar lang dienst als lees- en conversatiekamer, waarna de

Odyssee door amsterdams zalen begint, die pas in 1926 een voor-

lopig einde vindt op de Heerengracht. De langverbeide almanak

verschijnt in 1895. Zelfs wordt in 1887 al gesproken over een

reunistenorganisatie terwijl in 1891 de Vox Corporis gaat ver-

schijnen. Genoemd blad sterft een schandelijke dood wanneer het

een hoogleraar beledigt.

Belangrijker dan de snelle organisatorische groei, die de funda-

menten voor het corpsleven van vandaag heeft vastgelegd, is de

tweespalt en onzekerheid binnen de vereniging ten aanzien van het

doel. De befaamde grondslagkwestie kondigt zich aan en zal daarna

nooit meer geheel uit het centrum van het debat verdwijnen.

Aan deze grondslagkwestie zaten diverse kanten. Er was de eerste^

niet belangrijkste vraag: „moet het corps zoveel mogelijk alle

studenten omvatten en diverse, materiële belangen vertegenwoor-

digen?" Met andere woorden in hoeverre, zo niet exclusief, zal

het corps een gezelligheidsvereniging zijn? De tweede, daarmee

samenhangend, was meer to the point:,,in hoeverre is men gebon-

den aan de grondslag van het corps?" Tenslotte was er een menta-

liteitsverschil, ongeveer aan te duiden met rekkelij ken en preciezen,

dat zakelijk weinig, emotioneel gigantisch veel verschil van in-

zicht deed ontstaan.

Met deze grondslag was het een merkwaardige Zaak; hoewel op

te vatten als accoord van gemeenschap, bleek ze te leiden tot on-

gehoorde tweespalt en steriel bekvechten. Als uitdrukking van

234

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1956

Studentenalmanak | 446 Pagina's

Studentenalmanak 1956 - pagina 274

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1956

Studentenalmanak | 446 Pagina's