Studentenalmanak 1956 - pagina 278
individuele uitingen of mentaliteit, die het van meer dan historisch
belang zouden maken, er in herkent.
Men verlaat ondertussen de Heerengracht (1931) en bestijgt de
trappen achter het Leidseplein, „naar die sferen", zoals een beeld-
rijk rector-magnificus het altijd uitdrukte, „waar de dampkring ijl
wordt en de aarde sneUer draait". De verheffing van het corpsleven
tot zo'n hoog plan bleek echter verre van de beëindiging van riva-
liteit en onderlinge schermutselingen. Enkele oratorische vereni-
gingen traden periodiek het corps uit en kwamen weer terug.
Interne politiek werd ruim, soms te ruim bedreven en hoewel in
Neurenberg een kleine fanaticus begon te schreeuwen, zo hard
dat allengs alles verstomde, trok hij nog maar weinig aandacht.
Men kwam crisis, werkloosheid en algemene malaise door zonder
daar al te zeer door geraakt of geschokt te worden. In het algemeen
droeg het Nederlands studentenleven toen een besloten en afge-
sloten karakter, terzijde van het dagelijks gebeuren.
De tiende mei 1940 bracht de beproeving, eerst onmerkbaar, later
onontkoombaar. Hoewel de eerste twee jaren betrekkehjk rustig
verliepen, omdat geen speciale nazificatie van het Hoger Onder-
wijs in gang was gezet, werd men allerwegen beknot en vreesde
de schaduw van het komende. Het college van Directeuren be-
vond zich regelmatig geheel of gedeeltelijk in gevangenis, gijzeling
of verbanning; arbeidsinzet van studenten, inbeslagname van bezit
en strenge maatregelen tegen illegale actie dreigden.
Eind 1942 dreigde het departement van onderwijs de Nederlandse
rectoren met de arbeidsinzet van studenten in Duitsland. Het zou
tot maart 1943 duren voordat maatregelen uitgevoerd werden. De
rector-magnificus, prof. dr. D. Nauta, ontving ruim duizend exem-
plaren van de beruchte loyaliteitsverklaring, waarin men verklaarde
Nederlandse en Duitse wetten en verordeningen loyaal te zullen
opvolgen en de openbare orde niet te zullen verstoren.
De gelegenheid tot ondertekenen duurde een week; wie weigerde,
kon niet verder studeren en werd, evenals zijn ouders, met straf
bedreigd. ledere weigeraar diende zich bij de S.D. te melden voor
arbeidsinzet. Van de 2600 studenten, die om welke reden of welk
slecht advies ook, tekenden, behoorden er slechts 19 tot de Vrije
Universiteit, die overigens na deze actie haar deuren sloot.
Daarmee nam het universitair verzet een aanvang. Oranje, Koksma,
Coops en Sizoo, om slechts een enkele naam te noemen, hielpen
onderduikers, verzonden voedsel, organiseerden illegale groepen
en verleenden steun bij onderduiken. Met name prof. mr. J. Oranje,
238
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1956
Studentenalmanak | 446 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1956
Studentenalmanak | 446 Pagina's