Studentenalmanak 1956 - pagina 279
wiens hoogleraarschap vrijwel met de bezetting samenviel, was
plaatselijk zowel als landelijk een van de prominentste verzets-
leiders, door wiens bemoediging en volharding velen zich van hun
plicht bewust werden en kweten.
Ondertussen had het corps, bij de aanvang van de studentenjacht,
zijn openbare activiteiten gestaakt met een besloten St. Nicolaas-
viering in december 1942, waarna prof. dr. J. Waterink als erelid
de sociëteit sloot met enkele hartige en bemoedigende woorden.
Toen de dagen der bevrijding aanbraken, was hij het, die in de
Engelse kerk de beide gevallen ereleden, ds. T. Ferwerda, neer-
geschoten en prof. V. H. Rutgers, in gevangenkamp gestorven,
met dertien corpsleden, omgekomen in kampen of voor het vuur-
peloton, had te herdenken.
De zwarte jaren van de bezetting vormden geen blij hoofdstuk;
maar het was wel een hoofdstuk, waar niemand zich over hoefde
te schamen. De plicht als Nederlander en calvinist was vervuld.
De bevrijding bracht ondertussen genoeg vragen met zich mee;
een vernieuwingsgedachte heerste van links tot rechts en een rose
dageraad van allerlei nieuwe samenwerking en samenleving scheen
te zullen ontstaan. Op grond van gedemonstreerde verbondenheid
tegen het kwaad, verwachtte men eenzelfde eendracht om het
goede te bereiken. Dat het allemaal niet zo gegaan is, moet wel-
licht de grootste deceptie van deze naoorlogse jaren zijn geweest.
Het corps kwam betrekkelijk zonder veel schade in materiële zin,
uit de strijd; elan was er genoeg om iets nieuws te beginnen. Zo
werden naast en met het corps de sportvereniging en de culturele ver-
eniging voor alle studenten opgericht. Het contact met universi-
taire overheden werd sterker en zo ontstond in aanvang de civitas,
als een gemeenschap van universitair werken en leven opgezet.
Aanvankelijk overheersten belangentegenstellingen de uitbouw van
een dergelijke ei vitas; later werden de materiële kansen zowel als
de verhoudingen beter.
Met de generatie 1945 deed zich een totaal nieuw verschijnsel voor:
de student bleek hulpbehoevend. Hoewel voor de oorlog uiteraard
ook sociale moeiUjkheden voorkwamen, bleek na de oorlog dit
een vrij algemeen verschijnsel te zijn geworden.
En zo wordt de studentengemeenschap, inplaats van autonoom en
op zichzelf staand, afhankelijk en onderwerp van zorg. De tuber-
culose neemt vrij onrustbarend toe, voeding en huisvesting staan
op zeer miniem peil, om van de algemene academische vorming nog
niet te spreken.
239
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1956
Studentenalmanak | 446 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1956
Studentenalmanak | 446 Pagina's