Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Studentenalmanak 1956 - pagina 370

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Studentenalmanak 1956 - pagina 370

2 minuten leestijd

Iets over Stormvloeden

door

Prof. Dr. P. GROEN

Dichters en schrijvers hebben zich over de zee altijd heel verschillend

uitgelaten, prijzend of lakend veelal, in elk geval emotioneel ge-

kleurd, zelden „neutraal". Dat brengt wellicht de aard van dichters

en schrijvers mee, wellicht brengt het ook de aard van dat geweldige

verschijnsel mee, dat wij „zee" noemen. De zee is genoemd de

moeder van het leven, ook is zij de „grote lijkwade" genoemd;

men heeft haar vriendelijk genoemd, men heeft haar wreed genoemd;

Kloos vergeleek haar met zijn ziel, Frederik van Eeden vluchtte

voor haar, des avonds, als voor „vaal gewiekt' oneindigheid".

Natuurlijk is de zee niet „wreed" in menselijke zin, maar ook is

de zee geen goedige buurman. Na de eerste februari van het jaar

1953 hebben wij Nederlanders weer geleerd, dat er met die zee

niet te spotten valt voor een volk, dat achter dijken in lage polders

durft te wonen. Niet dat wij dat bepaald deden, spotten met de

zee, maar een beetje te gerust waren wij wel. Zongen wij niet van

„Waar de Noordzee vriend'lijk bruisend Neêrlands smaUe kust

begroet"? Na die eerste februari heeft het woord „zee" voor ons

Aveer een donkerder klank gekregen, heeft het weer iets gekregen

van wat er ligt in dat woord, waarmee de Hebreeuwse dichters

en zieners in het Oude Testament de zee wel aanduidden: „de

afgrond" — zo geeft de Statenvertaling het weer —, dat ongetemde

rijk van oerkrachten.

Over deze zee is veel te vertellen, over haar uitgestrektheid in de

lengte en breedte: bijna driekwart van het oppervlak der aarde,

in de diepte: tot meer dan tienduizend meter (dat is dieper dan de

hoogste berg hoog is); maar niet alleen in letterlijke zin, niet aUeen

meetkundig neemt de zee een grote plaats in, ook cultureel. Voor

onze dusgenaamde Westerse cultuur, de cultuur die in hoofdzaak

gevormd is op dat betrekkelijk kleine gebied tussen de Middellandse

Zee, de Noordzee en de Oostzee, maar die zich over de hele aarde

verbreid heeft, voor die cultuur vormt de zee een begrip en een

realiteit van vérstrekkende betekenis.

Reeds bij Homerus speelt de zee een belangrijke rol, met name in

324

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1956

Studentenalmanak | 446 Pagina's

Studentenalmanak 1956 - pagina 370

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1956

Studentenalmanak | 446 Pagina's