Studentenalmanak 1956 - pagina 33
en weldoordacht oordeel, dat pas werd gegeven, wanneer hij een
zaak van alle kanten had bezien.
Met dezelfde bezonken wijsheid diende hij de kerken als deputaat
voor de correspondentie met de Hoge Overheid, waarbij hij meer-
malen werd betrokken in het overleg met andere kerken voor het
Contact in Overheidszaken.
Voorts gaf hij zich als deputaat voor het Algemeen Kerkelijk
Bureau; voor Evacuatie, voor door Oorlogsschade getroffen
kerken, in welke deputaatschappen hij als voorzitter fungeerde.
Na de watersnoodramp, die in februari 1953 het zuiden van het
land trof, werd hij via het deputaatschap voor Evacuatie mede
in de steunverlening betrokken en bezocht in die functie ook het
rampgebied.
Onder de functies, die hij vele jaren lang met bijzondere liefde
en belanp-stelling heeft vervuld, mag ook genoemd het adviseurschap
van de Centrale Diaconale Conferentie. In deze kwaliteit heeft
Dr. Hoek talloze mondeUnge en schriftelijke adviezen gegeven
en voorlichtende artikelen geschreven, die aan de Geref. diaconieën
ia de vele en moeilijke vragen, waarvoor de practijk hen telkens
stelt, de rechte koers wezen. In een artikel van het Diaconaal Corres-
pondentieblad van juni 1956 wordt met bijzondere waardering
gesproken over „de helderheid, deskundigheid, doordachtheid
en overtuiging" van deze adviezen.
Aan onze Vrije Universiteit was Dr. Hoek met sterke banden
verbonden. Hij was niet alleen een trouw discipel van de Alma
Mater, voor wie hij zijn leven lang een warme genegenheid bleef
gevoelen, maar hij werd na de oorlog ook als Curator der Univer-
siteit benoemd. Op deze hoge en verantwoordelijke post heeft hij
aan de bloei der Universiteit mee mogen werken in een periode,
die door Dr. J. Roelink in het Jubileum-Gedenkboek een periode
van „stormachtige groei" is genoemd.
Aan dit rijke en arbeidsvolle leven is thans een einde gekomen.
Een slepende ziekte, die zich reeds in het begin van 1954 openbaarde,
heeft zijn krachten langzaam maar zeker gesloopt. Nog lang heeft
Dr. Hoek getracht zijn werk vast te houden. Zolang het hem moge-
lijk was, bleef hij trouw aan zijn taak, hoewel hij zich de ernst
van zijn ziekte bewust was. Tenslotte zonken zijn krachten ineen
en moest hij zijn werk op aarde loslaten. God riep hem tot een nog
hogere taak in het hemels heihgdom, waar hij zijn Heer en Heiland
in volmaaktheid dienen mag. „En Zijn dienstknechten zullen
Hem vereren en Zijn Naam zal op hun voorhoofden zijn".
31
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1956
Studentenalmanak | 446 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1956
Studentenalmanak | 446 Pagina's