Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Studentenalmanak 1956 - pagina 286

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Studentenalmanak 1956 - pagina 286

2 minuten leestijd

(er was er alle veertien dagen een) een lezing of memorisatie, een

scriptie en een behandeling van stellingen. Dat sloeg nooit over.

Men bleef twee jaar lid en ging dan naar een faculteitsvereniging.

Het clubleven onzer dagen kenden wij niet.

Ik had het over de colleges. Die begonnen terstond na de opening

der lessen, van vacantie geen sprake. Dinsdag 26 sept. (niet okt.!)

colleges. Daar de juristen destijds een propaedeutisch examen

moesten afleggen (een heel wat gemakkelijker dan dat der theologen,

het liep over Grieks, Latijn en wet der XII tafelen), volgden alle

studenten in het eerste jaar, behalve Hebreeuws (archaeologie werd

niet gegeven, alleen geëxamineerd), dezelfde colleges.

Prof. Dr. J. Woltjer, aan wien ik voor mijn studie zeer veel heb

te danken, gaf Grieks en Latijn, voor de propaedeuten elke week

vier uur, voor de litteratoren nog tweemaal twee uur meer. Voor

de litteratoren gaf Woltjer ook vrijdagmorgens Encyclopaedie en

Paedagogiek, colleges die door zeer vele theologen werden gevolgd.

Woltjer had een bijzondere keus op het stuk van de schrijvers, die

hij met de propaedeuten las. In mijn eerste jaar was het vóór de

kerstvacantie Aristoteles en Augustinus, daarna Aeschylus en Junius.

Woltjer gaf prachtig coUege. Korte prolegomena en dan de schrijvers,

die zo besproken werden, dat op den inhoud werd ingegaan. Men

leerde wat van Aristoteles' filosofie en van de godsvrucht van

Aeschylus. Men leerde Augustinus liefhebben en het Latijn der

reformatoren verstaan. Het was een echt mooie propaedeuse.

Het hoofdvak van Geesink was de ethiek. Maar aan de propaedeuten

gaf hij filosofie en logica. De logica was de Aristotelische aan de

hand van Trendelenburg. Die logica hebben we goed geleerd. De

filosofie was geschiedenis van het vak. Eén uur oude naar Windel-

band, één uur nieuwe naar Falkenberg. De colleges nieuwe filosofie

dienden ook om de candidaten in de letteren voor te bereiden voor

hun doctoraal examen. Dat was de oorzaak, dat Geesink niet, als

van de oude filosofie, een overzicht gaf, doch enkele wijsgeren zeer

uitvoerig behandelde. Ik volgde colleges over Kant en over Hegel.

Dit onderwijs was zeer duidelijk, men had er wat aan. Testimonia

voor het propaedeutisch examen waren niet nodig. De studenten

volgden, uitzonderingen daargelaten, trouw de colleges.

En nu hoor ik een theoloog, die mijn herinneringen mocht lezen,

roepen: en het Hebreeuws! Ja, het Hebreeuws. Dat was een ietwat

wonderlijke geschiedenis. De officiële hoogleraar voor het Hebreeuws

was Kuyper. Hij nam den aankomenden theologischen studenten

een tentamentje in het Hebreeuws af. Dat werd bij de meerderheid

244

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1956

Studentenalmanak | 446 Pagina's

Studentenalmanak 1956 - pagina 286

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1956

Studentenalmanak | 446 Pagina's