Studentenalmanak 1956 - pagina 374
helling in de richting van noordwest naar zuidoost voor onze
, kusten betekenen, dat er een verhoging van het zeeniveau tot stand
komt, die evenredig is aan die heUing en aan de lengte van de baan
van water waarover die heUing aangetroffen wordt. In de even-
wichtstoestand is de maat van deze heUing nu ongeveer evenredig
met het kwadraat van de windsnelheid en omgekeerd evenredig met
de gemiddelde diepte van de zee. Om een voorbeeld te geven:
wanneer een wind van 25 m per seconde (dit is volle storm) over
de Noordzee blaast en wij rekenen met een gemiddelde diepte
van 65 meter, dan wordt deze helling 1 op 300.000, d.w.z. 1 centi-
meter op 3 kilometer. Dat is dus maar heel weinig, maar als deze
wind zich doet gelden over de volle lengte van de Noordzee en
dus ook deze heUing van het zee-oppervlak zich uitstrekt over de
voUe lengte van de Noordzee van Schotland tot op onze kust, dat
is over zeg 900 km, dan wordt de verhoging aan het ene uiteinde
300 cm en wanneer dus onze kust dat ene uiteinde is, dan komt
er een verhoging boven de standen van de getijtafel van 3 meter.
Welnu, zo stond het er tijdens de rampvloed van 1953 voor (de
verhoging bedroeg toen op de meeste plaatsen zelfs nog meer
dan 3 meter).
Uit het zojuist gezegde blijkt wel dat aan deze dingen iets te rekenen
valt. AUeen maar: de zaken Uggen minder eenvoudig dan het ge-
zegde Hjkt te suggereren. De boven geformuleerde regel omtrent
het verband tussen de helling van het wateroppervlak enerzijds en
de wind en de diepte van het water anderzijds, geldt nl. alleen onder
zeer beperkende bepaüngen, wij zouden kunnen zeggen onder
modelomstandigheden. In de eerste plaats is nl. ondersteld, dat
er een evenwichtstoestand is opgetreden, zoals b.v. het geval wordt
wanneer de wind stationnair is of althans voldoende langzaam
verandert. In de tweede plaats geldt de genoemde regel alleen wanneer
er geen waterverplaatsing in het betrokken zeegebied optreedt.
Laten wij eerst even op dit laatste letten en laten we dus nog aan-
nemen, dat er inderdaad evenwicht is. Er kan dan zeer wel een
belangrijke constante waterverplaatsing optreden en wel door drie
oorzaken. Allereerst is er, als we bijv. aan onze Noordzee denken,
het Nauw van Calais, dat als een lek werkt, waardoor óók in de
stationnaire toestand een stroom zal lopen, die bij een stormvloed
water uit de Noordzee afvoert; met als gevolg, dat de standen langs
de kusten lager zijn dan zij zouden zijn bij afwezigheid van het lek
(dit betekent niet dat het water ten gevolge van dit lek bezig is
te Zakken, daar wij immers een stationnaire toestand ondersteld
328
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1956
Studentenalmanak | 446 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1956
Studentenalmanak | 446 Pagina's