Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Studentenalmanak 1956 - pagina 51

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Studentenalmanak 1956 - pagina 51

2 minuten leestijd

Directeuren en Curatoren aldus uitdrukking gegeven: ,,Mijn aanleg

gaat meer in de richting van hetgeen verenigt dan van hetgeen

verdeelt. Als advocaat voelde ik altijd meer voor een schikking

dan voor een proces. Wanneer ik mij niettemin met liefde verbind

aan een bijzondere Universiteit, dan berust dat op de stellige over-

tuiging, dat juist in het bijzondere het algemene kan worden ge-

diend". Welnu, het is diezelfde harmonie, die Okma typeert in de

wijze waarop hij over de grondvragen van het recht schreef en

sprak. Hij schuwt het niet om principiële bschouwingen te leveren,

maar hij doet het op een wijze die ver buiten de kring van onze

geestverwanten weerklank vindt. Als Langemeijer de juristenverga-

dering van 1951 verslaat, dan noemt hij onder degenen die recht-

streeks de stemming hebben beïnvloed „vooral ook Okma, die

in een geestige rede de groep die een sterk houvast wenst in de

wet, van de kant der theorie te hulp kwam". In dit verband noem

ik ook, zonder er nu dieper op in te gaan, de op de gehele ver-

gadering indrukmakende sneUe en rake wijze waarop hij een

jaar te voren het door bem voor de Zwolse juristenvergadering

uitgebrachte praeadvies verdedigde.

Eén voorbeeld van een principieel betoog dat elke separatistische

inslag mist, maar door zijn bijzonderheid de algemeenheid dient,

noem ik U nog. Het is het korte artikel over het nieuwe B.W.

geschreven in het Juristenblad van 1953. Wat, was de vraag door

Meijers gesteld, besUst in geval van zwijgen der wet. De Minister

stelde voor, dat dan in de eerste plaats zouden gelden „de aan de

wet ten grondslag liggende rechtsbeginselen". Neen zegt Okma,

„de rechter zou zodoende geketend blijven aan de inhoud van de

gegeven wet, terwijl hij juist (als de wet zwijgt) zich vrij zou moeten

kunnen maken en de rechtsbeginselen zou moeten kunnen kiezen,

die stroken met zijn overtuiging, voorzover die geen geweld aan-

doet aan anderen". En wat zijn die rechtsbeginselen? Zo het die

van de geldende wetgeving zijn, moet die gedachtenwereld van het

liberale tijdvak blijvend aan de rechter ten voorbeeld strekken?

Mocht het nieuwe Wetboek bedoeld zijn, wij kennen zijn beginselen

nog niet. Daarom, maar vooral omdat alle binding van de rechter

aan beginselen van welke wet dan ook, te veroordelen is, moet in

plaats van „de aan de wet ten grondslag liggende rechtsbeginselen"

gelezen worden „algemeen aanvaarde rechtsbeginselen". Wij mogen,

zegt Okma, daarbij dan bedenken, dat het rechtsleven van ons volk

gelukkig nog voor een groot deel een christelijk stempel draagt.

Ik noem dit als voorbeeld van een stelling, die in breder kring

39

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1956

Studentenalmanak | 446 Pagina's

Studentenalmanak 1956 - pagina 51

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1956

Studentenalmanak | 446 Pagina's