Studentenalmanak 1956 - pagina 377
In het voorgaande is steeds over de verhogingen gesproken en
niet over de werkelijk opgetreden waterstanden. Wij hebben immers
het effect van de wind apart van de getijkrachten beschouwd; d.w.z.:
wij hebben er op gerekend dat wij de effecten van de wind eenvoudig
bij de effecten van de getij krachten mogen optellen. Dat wij dit
mogen doen spreekt inmiddels niet geheel vanzelf, m.a.w. het
spreekt niet vanzelf dat in dit geval het gevolg van de som der
oorzaken geUjk is aan de som der gevolgen van ieder der oorzaken
apart genomen (in mathematische taal uitgedrukt wil dit zeggen
dat wij hier niet met een zgn. Uneair probleem te maken hebben).
Evenwel, de fout die wij maken wanneer wij het geheel toch zo
opvatten en behandelen, blijkt klein te zijn.
In het Zuidwesten van ons land kwam de maximum verhoging
niet bij hoogwater doch omstreeks laagwater. In de Waddenzee
was dit echter anders; bovendien kwam er voor de plaatsen langs
de Friese en Groningse kust nog een additionele opwaaiing van
het water van de Waddenzee bij het effect van de Noordzee. Het
gevolg van een en ander was dat de waterstanden langs de Friese
en Groningse kust zeer hoog werden. In de buurt van Harlingen
werd zelfs beide malen de hoogste tevoren geregistreerde water-
stand overschreden. Bij Harlingen werd een stand van 3.70 m
boven N.A.P., bij Kornwerderzand een stand van 3.90 m boven
N.A.P. bereikt. De verhoging bedroeg bij Kornwerderzand bij
het eerste hoogwater van 22 december 3.05 m, bij het tweede hoog-
water van 23 december precies 3 meter.
Een probleem op zichzelf in verband met stormvloeden vormen
de kansen waarmee zulke hoge waterstanden optreden. Wij willen
op dit probleem hier niet ingaan doch alleen (en dat zal het slot
van dit verhaal zijn) er even op wijzen, dat deze kansen geen con-
stante grootheid vormen, daar het immers bekend is dat er een
langzame rijzing van de zeespiegel ten opzichte van ons land plaats
vindt. Deze bedroeg in honderd jaar ongeveer anderhalve decimeter;
hiervan komt 1 decimeter voor rekening van een algemene rijzing
van het niveau van de wereldzee en een halve decimeter voor reke-
ning van een daUng van de bodem van Nederland. Gelukkig gaan
deze processen maar langzaam, zoals U ziet. De algemene rijzing
van de zeespiegel hangt samen met een verschuiving van het even-
wicht tussen het water der zeeën en het landijs. Met dat landijs
wordt bedoeld het ijs der gletschers en (wat van veel grotere om-
vang is) de ijskap van Groenland en het ijs op het Zuidpoolland.
331
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1956
Studentenalmanak | 446 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1956
Studentenalmanak | 446 Pagina's