Studentenalmanak 1956 - pagina 381
op plaatsnamen en persoonsnamen, die een bouw tonen, passend
bij de oude periode. Er is een omvangrijke studie over verschenen:
J. Mansion, Oud-Gentse Naamkunde, 's-Gravenhage, 1924, maar deze
kon zich slechts bezighouden met losse toponymische en anthropo-
nymische gegevens, niet met zinnen en hun verband. Wel bestaat
er een verzameling uit het Latijn vertaalde psalmen (de Karolingische
psalmen), die de kenmerken der oude periode vertonen, maar zij
zijn geschreven in een oosteUjk dialect, welks latere ontwikkeling
we eerder Limburgs dan Nederlands mogen noemen.
In 1931 deed de Engelsman Kenneth Sisam een belangrijke ont-
dekking. Op de achterzijde van een Oudengels handschrift vond
hij verscheidene „pentrials", lukraak over de pagina verspreid, in
uiteenlopende richtingen geschreven. Het zijn een aantal krabbels
van een copiïst, die een nieuwe pen gesneden heeft en deze heeft
willen beproeven, alvorens zich tot ernstiger arbeid te begeven.
Wij weten dit, omdat hij het zelf in zijn penneproeven herhaaldelijk
vertelt: probatio penne (wij zouden schrijven pennae) si bona sit.
Ook onderzocht hij, of de inkt goed was: probatio incauxti si
bonum sit. Het zijn meest krabbels in het Latijn. Maar Sisam ont-
dekte daartussen een regel, die in het westelijk Nederlands vertaald
is. Het Latijn luidt: Abent omnes volucres nidos inceptos nisi
ego et tu. Hieronder staat de vertaling: Hebban oUa vogala nestas
bigunnan hinase hic enda thu. Men ziet, de kenmerken der oude
taalphase zijn duidelijk aanwezig: de eerste vijf woorden tonen alle
de vocaal a in de slotlettergreep, niet de e, terwijl vogala bovendien
een a heeft in de middensyllabe. Men vergeUjke het Nieuwnederlands:
Hebben aUe vogelen nesten begonnen behalve ik en jij.
Het verwondert ons niet, dat dit enige en daarom zo kostbare
zinnetje Oudnederlands reeds veel pennen in beweging gebracht
heeft. En om de taal met de daaraan verbonden vraagstukken en
om de betekenis is het van grote waarde. Sommigen kenden er een
ernstige, geestelijke betekenis aan toe. Zij zagen een aansluiting
bij Matth. 8, 20 en Luc. 9, 58: de vogelen des hemels hebben nesten.
Deze mening bleef niet onbestreden. En inderdaad, het bezwaar
is er tegen in te brengen, dat men zich vastklemt aan het gebruikte
beeld, dat nogal voor de hand ligt en ook vaker voorkomt. Het
gaat om den gehelen zin. Wat de schrijver daarin uitdrukt, past
echter niet bij hetgeen Christus zegt. Niet alleen „begonnen", maar
ook de toevoeging „behalve ik en jij" vinden hierbij geen aan-
sluiting. Sisam heeft dit gevoeld en wilde daarom denken aan een
in Engeland vertoevenden Vlaming, die aan zijn heimwee naar het
335
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1956
Studentenalmanak | 446 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1956
Studentenalmanak | 446 Pagina's