Studentenalmanak 1956 - pagina 48
waardige figuur van de rechten van hen die geen aandeelhouders
zijn, die daarom derden heten, maar toch weer geen zuivere derden
zijn, omdat hun rechten in de statuten zijn vastgelegd, (zie art.
45a K.). Wanneer nu de vennootschap verklaart voortaan geen
rekening met winstbewijshouders (want daarom ging het hier) te
zullen houden, kan men dan een veroordeUng krijgen ook zonder
dat men een concrete uitkering vordert? De vraag dus naar het
zuiver declaratoir vonnis en het daarvoor vereiste belang. Breg-
stein schreef over dit proces een belangrijk artikel. De Rotterdamse
Rechtbank wees Okma's eis af met een wel heel wonderhjk vonnis,
dat terecht door het Hof te Den Haag over de gehele Hnie te Ucht
bevonden en vernietigd werd.
Officieel heeft Okma de rechtspractijk in 1945 neergelegd, maar
feitelijk heeft hij in de bezettingsjaren weinig aan de advocatuur
gedaan. Vrijwel direct na de bezetting was hij in het verzetswerk
betrokken en gaf hij daaraan leiding door geschrift, raad en daad.
In een der eerste processen veroordeeld, werd zijn gijzeling ge-
volgd door een langdurige gevangenschap. Okma heeft in de voUe
zin van het woord voor de zaak van het verzet zijn leven gegeven.
Direct na de bevrijding verbond hij zich aan de Vrije Universiteit.
Jongeren als hoogleraar naast zich, zelf in grote bescheidenheid
tevreden met de rang van assistent, werkend aan zijn proefschrift.
Spoedig na zijn promotie op 2 november 1945, — Misbruik van
Recht was de titel van de dissertatie, — werd hij benoemd tot hoog-
leraar; op 18 oktober 1946 aanvaardde hij zijn ambt met een de
aandacht trekkende rede over Werkelijkheid en Beginsel in het
Verenigingsrecht. Het is deze rede die niet alleen voor het onder-
werp dat ze behandelt van belang is; aan die rede moge ik het
motief ontlenen, waartegen wij Okma als hoogleraar het duide-
lijkste zien, het motief van de spanning tussen werkelijkheid en
beginsel.
Okma's wetenschappeHjk werk is — het kan gezien de korte duur
van zijn hoogleraarschap ook niet anders — van beperkte omvang
gebleven. Een groot werk over een van zijn vakken heeft hij niet
geschreven, tenzij men als zodanig zijn dissertatie wü aanmerken.
Inderdaad is zijn proefschrift een werk van de eerste rang. Het
verraadt zijn schrijver als een jurist van diep theoretisch inzicht en
grote practische ervaring; men leze er de bewondering van een
deskundige als Vrijberghe de Koning in Themis maar op na.
Die spanning tussen werkelijkheid en beginsel is een onmiskenbaar
feit. Het principieel karakter van het onderwijs en de werken van
36
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1956
Studentenalmanak | 446 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1956
Studentenalmanak | 446 Pagina's