Studentenalmanak 1956 - pagina 244
militaire kamp te De Lier. Geen ziekte, geen sterfbed,
geen „voorbereiding op de dood".
We hebben hem allemaal gekend, want hij was sinds
1953 Ud van ons Corps. En als we hem niet kennen,
dan ligt dat aan zijn bescheidenheid, die zó groot was,
dat deze wel zijn voornaamste karaktertrek vormde.
Dat maakte hem tot iemand, die iedereen graag tot
vriend zou willen hebben. Telkens als hij, vrij van
dienst, zich onmiddellijk bij ons, zijn vrienden, voegde,
klonk daar van alle kanten weer het zeer verheugde:
„Ha, Leo!" Het was goed, zijn vriend te zijn.
En het is ook goed, zijn vriend geweest te zijn, want
het maakt je blij, als je hoort over alles wat hij deed
in dienst, over de genegenheid, die zijn manschappen
hem toedroegen, over dat voorvalletje na de Kerst-
dagen, dat zijn moeder ons vertelde, en nog veel meer.
Dat dempt de oproerige vragen binnen in ons. Dat
maakt ons stil en nadenkend.
Juist voor ons, corpsleden, is zijn dood een memento
mori. Maar daarbij Psalm 23 zijn levend getuigenis!
Gr. G. W. van H.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1956
Studentenalmanak | 446 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1956
Studentenalmanak | 446 Pagina's