Studentenalmanak 1956 - pagina 388
heeft deze geboren beeldhouwer doen tijgen als schilder, die nu
met het zachte stralende palet effecten tracht te bereiken welke slechts
via hamer en beitel te verwezelijken zijn.
Opvallend in dit gezelschap van professionals is wel, dat de meest
schilderachtige taferelen, mirabile dictu, opgehangen werden door
een zeer verdienstelijk amateur, die echter, waar hij, mede in verband
met de, nog onlangs in verscheidene, hetzij christelijke hetzij niet
op enige levensovertuiging gefundeerde, althans berustende, dag- en
weekbladen vermelde stelling betrekkelijk de handwerksman die
zich, als gevolg van de, hoe langer hoe meer ook in onze kringen
veld winnende, mening omtrent het nut van ver doorgevoerd,
eventueel zelfs meest absoluut specialisme, welk isme echter en
dit behoeft hier nauwelijks gezegd, evenals elk ander isme, uiterst
bezwaarlijk met de grondslagen van het protestantisme te rijmen
valt, bij zijn leest dient te houden, gemeend heeft niet onder eigen
naam zijn doeken in te kunnen zenden, al zijn werken slechts voorziet
van de initialen Prof. Mr. Dr. I. A. D.
In zijn absoluut afwijzen van de punt-schilder-methode („Bruidje"
van Maris !) grijpt I. A. D. naar elk ander leesteken dat binnen zijn
bereik komt. Een zelfportret, geheel uit komma's opgebouwd,
een abstract werkje „Examenvrees" louter geconstrueerd uit
gedachtenstreepjes, een meer causaal doekje, voorstellende „straf-
bare poging tot iets" (vraag- en aanhalingstekens), ziedaar een
greep uit zijn artistieke voortbrengselen.
Dat deze schilder met angst de nieuwe speUing tegemoet ziet.,
behoeft nauwelijks gezegd. Zijn werk zal dan aanzienlijk aan waarde
inboeten.
Over het werk van Jan Wetarink kunnen we kort zijn. Sinds in
Duitsland de zgn. „Baumtest" ontwikkeld is, schildert hij nog
slechts bomen. Mooie, edele bomen weliswaar, bomen die getuigen
zowel van diep bezonken inzicht als van een positieve blijmoedige
levensinstelling, waarbij een vogelnestje dan wijst op gevoel voor
huiselijkheid, bomen,welker ronde, concentrische kronen duidelijk
maken, dat geen enkele nobele aandrift deze schilder vreemd is,
maar toch, het zijn en blijven maar bomen, steeds weer bomen . . .
Twee boompjes meenden de organisatoren van de wanden te moeten
weren (nt. 37 „Arbre nue" en nr. 53 „Puberteitsprobleem der eiken"),
de overige 89 ingezonden doeken werden in een apart vertrekje
342
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1956
Studentenalmanak | 446 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1956
Studentenalmanak | 446 Pagina's