Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Studentenalmanak 1956 - pagina 371

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Studentenalmanak 1956 - pagina 371

3 minuten leestijd

zijn verhaal van de grote zwerver, Odysseus, die zoveel heeft door-

gemaakt op de zee. Behalve „de zee" (pontos, thalassa, waarmee

de Middellandse Zee wordt aangeduid) kent Homerus nog de

Okeanos (waarvan ons woord oceaan is afgeleid), de grote wereld-

stroom, die alles omvat en die de bron zou zijn van alles wat bestaat,

In de voorstellingswereld van de Bijbel, met name in die van het

Oude Testament, heeft de zee ook een heel aparte plaats. De Israëlie-

ten waren geen zeevarend volk als hun buren de Phoeniciërs. Voor

hen is de zee geen verkeersweg, doch in de eerste plaats een groot

woelig rijk van oerkrachten, zij het ook onderworpen aan de macht

van de Schepper. Hun dichters hadden daar dat woord voor, dat

door de Statenvertaling wordt weergegeven door het woord „af-

grond". Zo luidt het in Gen. 1: „En duisternis was op de „afgrond"

en de Geest Gods zweefde over de wateren" en in Ps. 104: „Gij

hadt haar (de aarde nl.) met de „afgrond" als met een kleed overdekt;

boven de bergen stonden de wateren". De nieuwe vertaUng van het

Nederlands Bijbelgenootschap geeft het woord weer door „vloed"

(Gen. 1) of „waterdiepte" (Ps. 104; bovendien is de zinsbouw op

deze plaats in de nieuwe vertaling anders dan in de oude, zodanig

dat de betekenis minder doorzichtig is geworden). Deze woorden

zijn weliswaar in het licht van het huidige Nederlandse woord-

gebruik duidelijker dan het woord „afgrond", doch ze zijn anderzijds

minder karakteristiek, minder veelzeggend, minder geladen. Doch

genoeg over de woorden; letten we weer op de zaak.

Er is wel dit grote verschil tussen het land en de zee, dat het land

door de mens in vergaande mate is en wordt onderworpen en ge-

vormd en dienstbaar gemaakt, maar de zee is nooit dienstknecht

der mensen geworden. Ook in dit opzicht geldt het „mare liberum":

de zee is vrij. Een dienstknecht van de mens is de zee nooit geworden

en toch, of misschien juist daardoor, heeft zij zeer bevorderend

gewerkt op de ontwikkeling van cultuurrijken, want juist de vrije

zee geeft aan de volken en culturen geheel eigen wegen van ont-

wikkeling en expansie, wegen die over land veel minder makkelijk

gevonden worden. Denk maar aan de Griekse cultuur, die op

eilanden en schiereilanden is gegroeid en die zich over zee naar

West en Oost heeft uitgebreid. Maar ook de West-Europese cultuur

heeft zich over :(ee naar alle kusten uitgebreid. En wat de zee voor

een land als Nederland betekent, behoeft wel niet vermeld te worden.

Aan de ene kant heeft de zee van oude tijden ons land, dat voor een

groot deel aan haar macht is ontworsteld, belaagd en is ons land

gegroeid in de worsteling tegen de zee, aan de andere kant is tijdens

325

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1956

Studentenalmanak | 446 Pagina's

Studentenalmanak 1956 - pagina 371

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1956

Studentenalmanak | 446 Pagina's