Studentenalmanak 1956 - pagina 371
zijn verhaal van de grote zwerver, Odysseus, die zoveel heeft door-
gemaakt op de zee. Behalve „de zee" (pontos, thalassa, waarmee
de Middellandse Zee wordt aangeduid) kent Homerus nog de
Okeanos (waarvan ons woord oceaan is afgeleid), de grote wereld-
stroom, die alles omvat en die de bron zou zijn van alles wat bestaat,
In de voorstellingswereld van de Bijbel, met name in die van het
Oude Testament, heeft de zee ook een heel aparte plaats. De Israëlie-
ten waren geen zeevarend volk als hun buren de Phoeniciërs. Voor
hen is de zee geen verkeersweg, doch in de eerste plaats een groot
woelig rijk van oerkrachten, zij het ook onderworpen aan de macht
van de Schepper. Hun dichters hadden daar dat woord voor, dat
door de Statenvertaling wordt weergegeven door het woord „af-
grond". Zo luidt het in Gen. 1: „En duisternis was op de „afgrond"
en de Geest Gods zweefde over de wateren" en in Ps. 104: „Gij
hadt haar (de aarde nl.) met de „afgrond" als met een kleed overdekt;
boven de bergen stonden de wateren". De nieuwe vertaUng van het
Nederlands Bijbelgenootschap geeft het woord weer door „vloed"
(Gen. 1) of „waterdiepte" (Ps. 104; bovendien is de zinsbouw op
deze plaats in de nieuwe vertaling anders dan in de oude, zodanig
dat de betekenis minder doorzichtig is geworden). Deze woorden
zijn weliswaar in het licht van het huidige Nederlandse woord-
gebruik duidelijker dan het woord „afgrond", doch ze zijn anderzijds
minder karakteristiek, minder veelzeggend, minder geladen. Doch
genoeg over de woorden; letten we weer op de zaak.
Er is wel dit grote verschil tussen het land en de zee, dat het land
door de mens in vergaande mate is en wordt onderworpen en ge-
vormd en dienstbaar gemaakt, maar de zee is nooit dienstknecht
der mensen geworden. Ook in dit opzicht geldt het „mare liberum":
de zee is vrij. Een dienstknecht van de mens is de zee nooit geworden
en toch, of misschien juist daardoor, heeft zij zeer bevorderend
gewerkt op de ontwikkeling van cultuurrijken, want juist de vrije
zee geeft aan de volken en culturen geheel eigen wegen van ont-
wikkeling en expansie, wegen die over land veel minder makkelijk
gevonden worden. Denk maar aan de Griekse cultuur, die op
eilanden en schiereilanden is gegroeid en die zich over zee naar
West en Oost heeft uitgebreid. Maar ook de West-Europese cultuur
heeft zich over :(ee naar alle kusten uitgebreid. En wat de zee voor
een land als Nederland betekent, behoeft wel niet vermeld te worden.
Aan de ene kant heeft de zee van oude tijden ons land, dat voor een
groot deel aan haar macht is ontworsteld, belaagd en is ons land
gegroeid in de worsteling tegen de zee, aan de andere kant is tijdens
325
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1956
Studentenalmanak | 446 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1956
Studentenalmanak | 446 Pagina's