Studentenalmanak 1956 - pagina 250
VERSLAG
van het XVe Lustrum van hst Studentencorps
aan de Vrije Universiteit
In de meeste beschavingen is het de gewoonte van belangrijke ge
beurtenissen een schrifteHjk stuk als document na te laten. Het hier
volgende verslag is bedoeld als een bescheiden poging om van de
XVe Lustrumviering door het Studentencorps aan de Vrije Univer-
siteit van 17—22 oktober 1955 de merkwaardigste trekken vast te
leggen. Een verslag als dit heeft een tweeledig doel. In de eerste
plaats maakt het de Lustrumcommissie 1955 rijp voor de door
haar — na drukke tijden — zo begeerde décharge. In de tweede
plaats kan het dienen als herinnering aan vervlogen, als lering voor
komende dagen.
Het was een verstandig idee van het Corps om tijdig een commissie
te benoemen, die tot taak zou hebben de grote lijnen aan te geven
en uit te stippelen, waarbinnen het XVe Corpslustrum zich zou
kunnen bewegen. In september 1954 werd de Lustrumcommissie
in de volgende samenstelling geïnstalleerd: Mr. D. W. O. A. Gros-
heide, praeses; Mr. J. C. Gerbrandy, vice-praeses; P. J. Scheele,
ab-actis I; A. N. Habermann, ab-actis II; Mr. N. J. Geleynse, fiscus I;
Mr. D. H. R. B. Brouwer, fiscus II; Mr. C. A. van Swigchem, asses-
sor I en Mr. J. P. Verheul, assessor II. De heer Geleynse zorgde
voor een reprise en bood evenals in 1950 de Senaat spoedig zijn
ontslag aan. In zijn plaats werd door de Corpsvergadering de heer
G. Alb. van Dongen Jr. benoemd, terwijl sinds oktober 1954 de
vergaderingen der commissie namens de Senaat werden bijgewoond
door de heer J. van der Meer.
Te vrezen zou zijn, dat een opsomming van al de voorbereidende
werkzaamheden van de Lustrumcommissie u in gelijke mate zou
vermoeien als de volvoering er van de commissie heeft uitgeput.
In algemene zin kan dan ook worden volstaan met de mededeling,
dat de commissie hetzij in voUedig hetzij in kleiner verband vele
malen bijeen is geweest en dat de leden afzonderUjk geen ver-
moeidheid of moeihjkheid uit de weg zijn gegaan om de hun tot
nadere uitvoering opgedragen onderdelen der feestviering voor te
bereiden. Het was daarbij een droevige ervaring, dat zij in meer
dan één geval te veel blijkt te hebben verwacht van het Corps en
in zekere zin ook van de Corpsfunctionarissen, tot de hoogste toe.
220
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1956
Studentenalmanak | 446 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1956
Studentenalmanak | 446 Pagina's