Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Studentenalmanak 1956 - pagina 373

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Studentenalmanak 1956 - pagina 373

3 minuten leestijd

mm

Wat nu de stormvloed als natuurverschijnsel betreft, is het wellicht ,

nuttig eerst een korte begripsbepaling van het woord „stormvloed" i'

te geven. Ik wü onder „stormvloed" verstaan een situatie waarbij '

door een storm het zeeniveau tot een bijzonder grote hoogte wordt ^

opgedreven; dit is dan een resultaat van de samenwerking van wat '

wij het astronomisch getij noemen èn de werking van de wind. i

Met het „astronomisch getij" bedoel ik het bekende normale ver­

schijnsel van eb en vloed, dat door een krachten­samenspel van ,'

zon en maan en aarde wordt opgewekt. In dit verband mag wellicht ''

even het woord „springvloed" genoemd worden, dat vaak verward .

wordt met stormvloed. Een springvloed is een onderdeel van een !

springtij. Een springtij ontstaat elke veerden dagen omstreeks

voUe maan en omstreeks nieuwe maan, wanneer namelijk dit

krachtenspel zodanig is dat zon en maan in dezelfde zin werken.

Het is dus een normaal verschijnsel, waarbij enerzijds het hoogwater i,

hoger is dan gemiddeld, doch ook anderzijds het laagwater lager

is dan gemiddeld. Men spreekt dan van springhoogwater en van

springlaagwater. Bij een springvloed hoort dus ook een springeb. f

Ook de woorden vloed en eb verdienen wellicht een korte ver­

duidelijking. Vaak gebruikt men het woord vloed wanneer men

hoogwater bedoelt en het woord eb wanneer men laagwater bedoelt. I

De juiste betekenis van het woord vloed is: opkomend water,

of ook: de stroom, die met opkomend water gepaard gaat; en de '

juiste betekenis van het woord eb is: vallend water, of ook: de

stroom, die met vallend water gepaard gaat. — Wat in de zg. getij­

tafels voorspeld wordt, zijn de standen van hoogwater en laag­ |

water van het normale astronomisch getij. [

Wat is er nu bij een stormvloed aan de hand? In de wandeling drukt h

men het wel eens zo uit, dat men zegt dat door de wind het water 1

als het ware op een hoop gejaagd wordt; doch dit zou de gedachte

kunnen doen opkomen dat, wanneer de wind steeds door blijft |

waaien, ook de stand van het water steeds hoger zou worden.

Dit is evenwel niet het geval. Wat de wind in eerste instantie doet j

is dit, dat hij aan het zee­oppervlak een bepaalde helling geeft; en >

wanneer de wind lang genoeg met constante kracht en uit constante i

richdng waait, dan zal er een soort e"emi'i htshéüing optreden, '

Voor de Noordzee is de meest ongunstige windrichting de wind­ r

richting in de lengterichting, d.w.z. uit het noordwesten. Wanneer ji

wij dan aannemen dat het zee­niveau aan de noordkant, waar de i'

Noordzee in open verbinding staat met het enorme volume van |i

de Atiantische Oceaan, min of meer constant is, dan zal zulk een l'

327 *

iHH

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1956

Studentenalmanak | 446 Pagina's

Studentenalmanak 1956 - pagina 373

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1956

Studentenalmanak | 446 Pagina's