Studentenalmanak 1956 - pagina 52
weerklank vond. In het ontwerp-Meijers wordt de oude formule
niet gehandhaafd, al probeert de M.v.T. op artikel 5 dezelfde buit
langs een omweg binnen te halen.
Overigens vindt U meer over beginselen van burgerlijke wet-
geving in het artikel onder deze titel in A.R.-Staatkunde van 1948
verschenen. Dat dat artikel de principiële kant van het wetgevings-
vraagstuk ten voeten uit tekent, behoeft geen betoog.
Ik heb bij dit alles de nadruk gelegd op het principiële element
dat Okma in zijn werk heeft laten zien; daarnaast was hij uitermate
practisch ingesteld. Zijn langdurige practijk als advocaat en de daar
opgedane ervaring heeft zijn onderwijs zeldzaam verrijkt. Hij heeft
die beide zijden: theorie en practijk in heel het leven ten volle
beseft. Niet in die zin dat hij vooral de grote afstand tussen die
beide zag. Ook hier geldt dat hem meer aantrok wat verenigt.
Veeleer zag hij de aanrakingsvlakken en hun wrijvingen. Men
krijgt uit zijn inaugurele oratie en uit zijn overig werk de indruk
dat hij zichzelf eigenlijk tussen theorie en practijk, tussen beginsel
en werkelijkheid in voelt staan. Typerend is in die rede zijn woord
aan de studenten: „Weest er van doordrongen dat het recht meer
omvat dan onleesbare teksten alleen. Op de wet volgt haar toe-
passing in de werkelijkheid. Vóór de wet liggen de beginselen, die
haar inhoud hebben bepaald. Tussen die beide leeft zij in voort-
durende spanning".
Professor Okma heeft uit die visie ook geleefd. Die visie typeerde
hem als advocaat, in zijn theoretische fundering van practische
problemen. Die visie deed hem het verzet in volle omvang door-
leven en in al zijn achtergronden doordenken. Die visie en die
spanning maakten hem de hoogleraar, die altijd een concreet voor-
beeld voor zich zag, maar ook altijd zijn uitgangspunt achter zich
wist, zoals ik U dat met enige voorbeelden toonde.
Die spanning maakt hem ook de hoogleraar die met collega's en
studenten in grote, maar ook in kleine dingen, kon meeleven.
Wiens humor groot en wiens ernst diep was. De man, tot wie de
studenten zich wel in de eerste plaats richtten, als zij met een kwestie
zaten. Op wien zij nooit vergeefs een beroep deden. De man die
hen dan ook wist te bezielen, zoals op die avond in het Concert-
gebouw na de Putsch van Praag, of bij zijn praesidiaat van het
internationaal Calvinistisch Studentencongres op Woudschoten. De
man, wiens spreekuur het drukst bezocht was, met wie men dage-
lijkse dingen kon bespreken, maar die ook gaarne tijd vond om
bijbelkringen te leiden. Wiens huis steeds voor hen open stond.
40
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1956
Studentenalmanak | 446 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1956
Studentenalmanak | 446 Pagina's