Studentenalmanak 1956 - pagina 401
ARRESLEE
tingeling van de trappelende
tintel^iel.
adem en leven worden ^^ichtbaar tegen
je koude afwesjgheid.
maar ik trappel wat denk je ik trek
myself klinkend van lichtgewicht
naar de nevel de eeuwigheid
de t(pn bleek en alom genoeg
ik klink tegen boerderijen vrede en sloten
voortvarendheid,
het dodere riet brengt mee
dank u dank u in stilte en sneeuw
overal hoorbaar
centrifugeer je me
in de geweldige horizont holland.
w. f. g. b
ach grote isomer
waarom moet het hart
de hemel bedwingen
ogen bomen versplinteren
denkin hout en betimmering —
nu kan
s^elfs geen huilen meer plaats vinden
omhelzing de arm onts^egd
keel niet toekomend aan lachen
en de banden verstoten
ach t(pmer
nu je herfst wordt
natuurlijk bet gaat wel het gaat wel
ik timmer mij wel
een woning een luciferdoosje
om kleintjes en vrachtjes te uheggen
er is niets bif\onders,
stil maar
«>' f- £ *
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1956
Studentenalmanak | 446 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1956
Studentenalmanak | 446 Pagina's