Studentenalmanak 1956 - pagina 215
Toch stemt de geestelijke lethargie van niet onaanzienlijke groepen
tot ernstige bezorgdheid. In tijden, waarin van het Corpslid niet
meer verwacht werd, dan het conserveren van overgeleverde wijs
heid en dwaasheid, was dit verschijnsel nauwelijks verontrustend,
maar op dit ogenblik is de geestelijke inspanning van ieder Corpslid
vereist, nu de tijden veranderen en wij met hen.
Een andere reden tot enige somberheid verschaft de tendens, die
ook reeds door de heer Algra in zijn rede voor de Bondsdag van
J.V. op G.G. werd gesignaleerd, dat enerzijds de steeds ingewik
kelder maatschappelijke structuur vraagt om getrainder specialisten
en dat anderzijds in evenredig tempo de belangstelling van de
groep voor de zaken van het beleid verslapt en afneemt.
Steeds grotere deskundigheid wordt vereist van de functionarissen,
die leiding hebben te geven en steeds meer boet het oordeel der,
uiteraard niet deskundige. Corpsvergadering aan waarde in.
Temeer zal dus de neiging ontstaan, het beleid mèt het bestuur
maar over te laten aan diegenen, die men nu eenmaal het ver
trouwen gegeven heeft.
De langzame devaluatie van Jeugdbeweging naar Jeugdzorg gaat
ook aan het Corps niet voorbij en dit vraagt van allen een grote
geestelijke inspanning, om de algemene ontwikkeling in dezen de
baas te blijven.
Thans komend tot een beschouwing van het Generale Senaatsbeleid
moge ik opmerken, dat elke Senaat uiteindelijk slechts één doel
voor ogen heeft, te weten het versterken van de eenheid binnen
het Corps in overeenstemming met de Grondslag.
Ook mijn Senaat is aan dat ideaal niet ontrouw geweest.
Heeft de vorige Senaat zich geworpen op het creëren van de organi
satorische ruimte, waarbinnen een gezond Corpsleven zou kunnen
opbloeien, de mijne heeft zich voornamelijk toegelegd op het
materiële vullen van de aldus geschapen ruimte.
Vandaar, dat het voornaamste punt van het Senaatsbeleid wel is
geweest, het organiseren van conferenties voor Senioren, Eerste
jaars en Novieten, waar het gesprek, inplaats van de discussie, over
de problemen, die de meesten van ons zo na aan het hart liggen,
werd geopend. Ik kom daar straks nog op terug.
In de tweede plaats richtte het beleid zich op een versterking van
de kredietwaardigheid van het Corps. Een dwingende noodzakelijk
heid, omdat het hier immers contacten van het Corps met de buiten
wereld betreft, waarbij het gehele Corps beoordeeld wordt naar zijn
handelwijze in de financiële sektor.
189
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1956
Studentenalmanak | 446 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1956
Studentenalmanak | 446 Pagina's