Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Studentenalmanak 1957 - pagina 259

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Studentenalmanak 1957 - pagina 259

2 minuten leestijd

Voorspel

door

Prof. Dr. G. J. DE VRIES

Over de verhouding tussen christendom en cultuur is men al heel

vroeg gaan schrijven, en men kan er zeker van zijn, dat het vraag-

stuk de aandacht zal blijven opeisen. Van Peursen's recente boek^)

over dit thema zal beslist niet definitief zijn — trouwens, wat be-

tekent „definitief" in dit verband? de hemelse zaligheid misschien;

anders de dood van het denken. Het boek is ook veel te verstandig

om te pretenderen, dat het definitieve oplossingen geeft. Maar op

het punt, waar wij nu staan, kan het verhelderend en in veel opzich-

ten bevrijdend werken.

„Bevrijdend" — dat woord komt ook Banning^) in de pen, wanneer

hij het boek in kwestie aankondigt. En aan dit oordeel voegt hij toe,

dat men deze bevrijding „met name als geestelijk bezit zou toe-

wensen aan die theologisch-godsdienstige kringen, die een kramp-

achtige afschuw of vrees voor de z.g. wereldse = niet Christelijk

geijkte kuituur als geloofshouding stellen" (natuurlijk „stellen"!).

In het algemeen genomen is het verwijt, dat in Banning's woorden

opgesloten ligt, stellig onverdiend, althans in deze krasse vorm.

Maar als het de waardering van schoonheid betreft, schieten wij

misschien te kort, ook in wat Banning noemt.

Velen onzer maken wel kennis met „niet christeHjke schoonheid"

(men vergeve dit gruwelijke monstrum, het is terwille van de kort-

heid gemunt); maar men bespeurt aan hen, dat ze zich voelen als

op een tocht in vijandelijk gebied, al of niet met de prikkel van het

proeven aan het verbodene of gevaarlijke; hun norm is vaak inder-

daad een „geijkt christelijke", alleen voorzien met een negatief

voorteken. En in hun reacties op wat ze ontmoeten, treft men maar

al te vaak óf een formalistisch aestheticisme óf een ietwat

krampachtige „christelijke kritiek" (ik weet, dat ik hier mee te kort

doe aan het onstuimige denken van K. Schilder, aan de kritiek van

C. Rijnsdorp en S. J. Popma, aan vele anderen; generalisering is

altijd onrechtvaardig).

Daartegenover zullen we moeten leren om alle schoonheid, die

241

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1957

Studentenalmanak | 340 Pagina's

Studentenalmanak 1957 - pagina 259

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1957

Studentenalmanak | 340 Pagina's