Studentenalmanak 1957 - pagina 283
naar de oudheid van dit document leverde op, dat het ongeveer
in 42 V. Chr. geschreven moet zijn. Géén verrassend resultaat dus,
maar een onderzoek naar de auteur bracht aan het licht, dat Marcus
Antonius het stuk geschreven heeft. Professor Scharffnase ging hier-
bij als volgt te werk. Ieder weet, dat typemachines hun eigenaardig-
heden hebben, waardoor men precies kan nagaan, welk getypt
stuk op welke machine getypt is en of 2 verschillende papieren
op éénzelfde machine geschreven zijn of niet. Waarom, zo rede-
neerde Scharffnase, zou dit bij ganzenveren pennen, 't materiaal,
waarmee 't bewuste document geschreven is, ook zo niet zijn?
Hij nam proeven en inderdaad, iedere ganzenveer bleek zijn eigen-
aardigheid te hebben. De rest was kinderspel. Een document,
waarvan men wist, dat Marcus Antonius dit geschreven had, bleek
met dezelfde ganzenveer geschreven te zijn als het bewuste geschrift.
Toen Scharffnase zover gekomen was, was voor hem de zaak dui-
delijk: Marcus Antonius was de moordenaar. Maar, zal men zeggen:
„Hoe is het dan te verklaren, dat 't volk van Rome de schuld op
Brutus en Cassius heeft geworpen, en hoe komt 't, dat dezen,
er verre van de hun ten laste gelegde moord te ontkennen, zelf
zeiden Caesar vermoord te hebben?" Natuurlijk heeft Profes-
sor Scharffnase ook deze moeilijkheid onder ogen gezien en hij
heeft een bevredigende oplossing gevonden. Het feit, dat
Brutus en Cassius met de bebloede dolken in de hand uit het
Capitool te voorschijn kwamen, staat vast, en eveneens, dat zij
zeiden, ja zich er op beroemden. Caesar vermoord te hebben, maar
dit bewijst nog niet, dat zij die moord ook gepleegd hebben.
Wat is er namelijk gebeurd? Toen Brutus, Cassius en de overige
samenzweerders, om de beurt op Caesar toeliepen om hem een
dolkstoot toe te brengen, was hij al dood ten gevolge van een dolk-
stoot, hem toegebracht door Marcus Antonius, voordat Brutus en
Cassius in het Capitool aanwezig waren. Marcus Antonius was ver-
volgens weggegaan en Brutus en Cassius, in hun razernij, staken
hun dolken in Caesar, niet bemerkend, dat hij al dood was, of, zo
zij 't al bemerkten, denkend, dat 't tengevolge van een dolkstoot
van één hunner was. Wie beschrijft nu Antonius' verbazing, toen
hij, terugkerend naar de plaats van zijn misdaad, daar Brutus en
Cassius aantrof, met de bebloede dolken in de hand en zeggend,
dat zij de tyran gedood hadden? Handig politicus als hij was, trok
hij hier dadelijk profijt van en de rest weten wij uit Shakespeare.
Ook op de vraag naar Antonius' motief heeft Scharffnase een ant-
265
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1957
Studentenalmanak | 340 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1957
Studentenalmanak | 340 Pagina's