Studentenalmanak 1957 - pagina 148
Een enkele opmerking over de stijl- en bandeloosheid van het
Corps op de sociëteit en in de Corpsvergadering maakte ik reeds.
Door verschillende oorzaken, waaronder die van het aantal en de
desintegratie, ontstaat een zorgwekkend verval van de mores en de
orde binnen het Corps. Een zoveelste elegie over het verlies van het
„spel" zult U mij wiUen besparen. Naast een innerlijk reveil waarop
een aantredende Senaat nog kan hopen — zwartgallig beïnvloed als
een aftredende is door zijn ervaringen — moet hier een nood-
oplossing worden gezocht in een strak handhaven van de spelregels
door Senaat en Sociëteitsbestuur.
In deze lijn is ook gewerkt door de Senaat in het afgelopen jaar,
en Hij is daarbij in het bijzonder in conflict gekomen met de Ora-
torische Vereniging S.T.O.A. waarbij ik een opsomming van het
herhaald smakeloos en van weinig fantasie getuigende optreden
in strijd met de gememoreerde regels van de zijde van deze Ver-
eniging achterwege wü laten. Wel zij vastgesteld, dat deze vereni-
ging, wanneer zij niet met de gang van zaken in het Corps wenst
accoord te gaan — en dat is haar goed recht en zelfs plicht — dit
op waardige en constructieve wijze naar voren dient te brengen.
Haar gedragingen in het afgelopen jaar laten haar anders slechts
een plaats buiten het Corps toe. Het lijkt mij, dat de Oratorische
Vereniging S.T.O.A. deze keus wel binnenkort zal moeten maken.
Naast de nagroentijd 1955, die op 14 december bekroond werd met
de installatie van een achttal Corpsleden, vraagt het novitiaat 1956
de aandacht.
Op 11 september werden door de Senaat voor het novitiaat 164
jongelieden ingeschreven, waarvan er op 25 september 158 en op
8 oktober 6 werden geëmancipeerd tot adspirant Corpslid. Over de
bemoeiing van de Academische Senaat met het Corpsnovitiaat
sprak ik U reeds. Geconstateerd zij, dat zich ondanks de relatieve
zwaarte van dit novitiaat, zijn polioformaat in aanmerking genomen,
bij de Academische Senaat en bij de Senaat van het Corps vrijwel
geen klachten binnenkwamen. De Senaat is het Corps zeer erkente-
lijk voor zijn medewerking ten deze.
De novietenconferentie, zoals voor het eerst onder mijn voorganger
gehouden, werd tot een gebruik — op 13 september bevolkten de
novieten het Teylingerbos, waar ze werden voorgelicht door Ds.
Mulder en Dr. Ronner, waarnemend universiteitsarts, die de Senaat
gedurende de groen tijd zeer bereidwillig terzijde stond in medische
gevallen, en vertegenwoordigers van enkele studentenverenigingen.
136
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1957
Studentenalmanak | 340 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1957
Studentenalmanak | 340 Pagina's