Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Studentenalmanak 1957 - pagina 292

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Studentenalmanak 1957 - pagina 292

2 minuten leestijd

jLlet huis lag eigenlijk al tegen de berg aangebouwd,

want als je op de weg stond, keek je neer op het dak.

In de diepte lag het meer: felblauw; en als het regende: diepgroen

met doffe plekken.

Er bewoog veel en bijna iedere beweging had z'n eigen kleur.

Onder de rode parasol deinden in een ligstoel een blauwe blouse

samen met een halfafgebeten appel en een boek van Dubois.

Een grote bal dreef onverschillig en kalm te midden van driftig

bewegende hoofden: een enorm hemellichaam tussen kleinere,

minder constante.

Zeven dikke zonnebloemen knikten tevreden naar koffiebruine tot

okergele ledematen.

Op de vlonder zat een klein ventje: doodstil. Alleen z'n intens-

blonde haar leek te leven. Hij viste.

Je hoefde niet ver te lopen: alleen de weg over en dan omhoog een

steil, smal paadje op.

De grond was vochtig en groenbruin en er krieuwelde een straaltje

water naar beneden, dat de grond glibberig en glimmend maakte.

De berg was maar een nederige en eenvoudige; je was vrij vlug

boven, waar de kleine, heel oude, witte kerk stond, zomaar midden

op een weitje. Er groeide mos tussen de ongeHjke, grauwe stukken

steen, die de vloer vormden.

Misschien rook het er ook wel muf.

Maar het hek was prachtig: ranke bloemmotieven, zo heel gewoon

maar. En bij het Maria-beeld stond maar één aarden pot met bloe-

men: van die versgeplukte, nog echt blauwe vergeet-me-nieten.

Je moest denken aan het meer daar beneden.

Het was er niet stil en sereen: een kip scharrelde rond en pikte aan

de grafzerken; een koe, compleet met bel, stond snuivend stil

dwars voor de deur.

Buiten zat een jongetje, bijna net zo één als die op de vlonder zat

te vissen.

Hij droeg een vettige leren broek en een vaal, slobberig hemd.

Zorgvuldig sorteerde hij de frambozen, die hij op de berg geplukt

had; z'n vingers zagen paars.

Hij keek nauwelijks op van z'n werk, toen hij groette, zoals ieder-

een het daar doet: „Grüs' Gott!"

En wonderlijk, die keer hoorde ik het eigenUjk pas. T.

274

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1957

Studentenalmanak | 340 Pagina's

Studentenalmanak 1957 - pagina 292

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1957

Studentenalmanak | 340 Pagina's