Studentenalmanak 1957 - pagina 284
woord. Hij geeft de volgende motieven, waaruit men desgewenst
kiezen kan:
1. Caesars dood zou voor Antonius de weg naar de hoogste po-
sitie openen en dit is ook geschied.
2. Caesar stond in zeer intieme relatie met Cleopatra en Antonius
voelde er alles voor om de plaats, die Caesar bezat in het hart
van deze schone dame in te nemen. Ook dit is gebeurd.
Na het hoe?, het waarom? en het wie? aangetoond te hebben,
rustte op Scharffnase nog slechts de taak te bewijzen, dat zijn theorie
inderdaad juist was. Dit heeft hem, zoals hij zelf toegeeft, de meeste
hoofdbrekens gekost, maar hij heeft 't klaargespeeld! Hoe pleegt
men te werk te gaan, als men weet, wie 't gedaan heeft, hoe hij 't
gedaan heeft en waarom hij 't gedaan heeft, maar als 't bewijs ont-
breekt? Wel, men belegt een zitting, waarbij allen, die in de moord-
zaak betrokken zijn, aanwezig zijn en dan gaat de detective punt
voor punt de zaak na en zet zijn theorie uiteen. In 9 van de 10 ge-
vallen bekent de moordenaar dan. Dit zou, zo redeneerde ScharfF-
nase, ook nu de aangewezen procedure zijn, maar. . . . het gaat nu
om een moord, die 2000 jaar geleden plaats vond en alle betrok-
kenen zijn al bijna 2000 jaar geleden van het wereldtoneel verdwenen.
Ook hier vond zijn scherpzinnigheid een weg uit de moeilijkheden.
Hij zocht net zolang, totdat hij een aantal personen had gevonden,
die qua uiterlijk op Antonius, Brutus, Cassius en de overige samen-
zweerders leken. Zij kregen de opdracht zich geheel en al in te leven
in 't karakter van hen, die zij moesten uitbeelden. Dit slaagde vol-
komen. Een zitting werd nu belegd. Daar lagen zij op hun rust-
bedden: Marcus Antonius, Brutus, Cassius Scharffnase had
voor zich zelf de rol van Cicero, de scherpzinnigste rechtsgeleerde
van die tijd, uitgekozen. Punt voor punt ging hij nu de zaak na,
stap voor stap zette hij zijn theorie uiteen, todat hij tot de onver-
mijdelijke conclusie kwam: Marcus Antonius is de moordenaar.
Toen zweeg hij en gespannen wachtte hij op de reactie van Marcus
Antonius, d i e . . . . uitbleef. Allerlei gedachten schoten bliksemsnel
door het hoofd van Scharffnase, alias Cicero: „Was zijn theorie
fout, waarom reageerde die Marcus Antonius toch niet?" Maar
zie, langzaam stond Marcus Antonius op, liep naar de deur, opende
die en sloot die achter zich. Even later hoorde men 't geruis van
een vollopend bad. Nieuwsgierig ging Scharffnase naar de badkamer,
die hij gesloten vond. Na een half uur werd hij ongerust; géén ge-
266
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1957
Studentenalmanak | 340 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1957
Studentenalmanak | 340 Pagina's