Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Studentenalmanak 1957 - pagina 282

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Studentenalmanak 1957 - pagina 282

2 minuten leestijd

DE M O O R D Z A A K CAESAR

U heeft, naar ik aanneem, Shakespaere gelezen en U kent dus de

vroegere voorstelling van de loop der gebeurtenissen in het jaar

44 V. Chr. Hoe ongelofelijk het ook klinken moge, eeuwen lang heeft

men aangenomen, dat 't ongeveer zo gebeurd was, als Shakespaere

't beschreven heeft, totdat, nu een 30 jaar geleden. Professor Scharff-

nase zijn opzienbarende werk „Die Mordsache Caesars" het licht

deed zien. Dit werk heeft de grondslag gelegd voor de moderne

detectivilogie, een wetenschap, die vele duistere plekken van de

wereldgeschiedenis verhelderd heeft.

Professor Scharffnase begint met de naïviteit van zijn voorgangers

te laken. Immers het feit, dat Marcus Antonius als enige van hen,

die bij de moord betrokken waren, een alibi had, had hen achter-

dochtig moeten maken. En als zij dan verder hadden gezocht,

dan hadden zij er wel achter moeten komen, hoe de vork in de steel

zat. Wat is namelijk het geval? Shakespeare ontleende de stof voor

zijn drama aan Plutarchus en deze haalde zijn „wijsheid" \iit een

document, dat geschreven is door niemand anders dan Marcus

Antonius! E n nu gaat de zaak er al heel anders uitzien, want welke

2 feiten hebben we nu:

1. Marcus Antonius is de enige met een alibi.

2. Het verslag van de moord is van de hand van Marcus Antonius.

We zullen nu deze 2 punten aan een nader onderzoek onderwerpen.

Professor Scharffnase en voor hem de gehele detectiveliteratuur

hebben de volgende diepe paradox opgesteld: Hij, die 't niet kan

gedaan hebben, omdat hij er niét bij was, hééft 't gedaan, omdat

hij er niet bij was.

De waarheid van deze paradox is zó evident, dat ik hier niet verder

over uit hoef te wijden.

E n dan 't 2e punt: Marcus Antonius is de bron, waaruit latere ge-

schiedschrijvers putten. Dit opmerkelijke feit ontdekt te hebben,

is één van de grootste blijken van speurzin, die Professor Scharff-

nase ooit gegeven heeft. Onomstotelijk staat vast, dat Plutarchus,

op wie alle latere geschiedschrijvers teruggaan, zijn gegevens ge- j

haald heeft uit een document, dat ongedateerd is en waarvan, — _ '

tot Scharffnase dan! — de auteur onbekend was. Een onderzoek

264

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1957

Studentenalmanak | 340 Pagina's

Studentenalmanak 1957 - pagina 282

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1957

Studentenalmanak | 340 Pagina's