Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Studentenalmanak 1957 - pagina 270

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Studentenalmanak 1957 - pagina 270

2 minuten leestijd

burgerlijk recht geweest. Alleen, het stond niet in een wetboek.

Onze geachte voorouders hadden nl. wel iets anders te doen dan

vóór alle dingen eens een wetboek te maken. Zij aten en dronken,

kochten, huurden, huwden en werkten. Ze vroegen zich niet af:

hoe moet dat? Ze deden het gewoon. En rees er eens een kwestie,

dan werd gevraagd: hoe gaat het gewoonlijk? Daarnaar werd be-

slist, wat er moest. Het oudste burgerlijk recht is gewoonterecht.

Toch ook weer niet helemaal. Wij spraken over kwesties die er kon-

den rijzen en over beslissingen die dan vielen. Er was dus autori-

teit die in geschillen besliste; rechterlijk gezag. Men kan ook zeggen

— en dat is voor het vervolg van ons betoog van groot belang —

dat het oudste burgerlijk recht is rechtersrecht.

In anciënniteit wint de rechter het van de wetgever.

Deze toestand had ook nadelen. In de tijd van de Republiek was

van centrale wetgevende macht geen sprake. De Provincies hielden

de soevereiniteit aan zich en de „ordonnanties" die zij gaven wa-

ren schaars. De rechter moest zijn weg vinden in coutumes welker

bestaan soms betwist werd en die juist op het punt in geschil soms

net niet bestonden. Vaak paste hij, ter opvulling van leemten, -

het Romeinse recht toe; dat werd zodoende „gerecipieerd". In

Duitsland is het tot 1 januari 1900 geldend burgerlijk recht geweest.

De codificatiegedachte.

De verbrokkeling en rechtsonzekerheid was in Frijnkrijk, ondanks

de eenheidsstaat, al even erg als hier; en daar werd „codificatie"

tot een politieke leuze, die met de Revolutie naar verwerkelijking

drong. In Nederland werd de leuze overgenomen en in 1814 was

het een axioma dat er een Burgerlijk Wetboek moest komen. Wij

hadden er toen trouwens een, want de Franse Code Napoléon,

na de inlijving bij ons van kracht geworden, werd niet afgeschaft

en nadat het meesterlijke ontwerp-1820, grotendeels van de hand

van JOAN MELCHIOR KEMPER, van de baan was geraakt,

kregen wij, ondanks alle leuzen over het „nieuwe" en het „eigene",

een B.W. dat een bewerking was van de Franse Code; niettemin

een zelfstandige en doordachte bewerking; het is waarlijk meer

dan toeval dat ze tot heden stand gehouden heeft.

En nu leeft de codificatiegedachte wéér. De opdracht aan Meyers

bewijst het. Het B.W. is vaak gewijzigd en op sommige punten

zeer grondig en ingrijpend. Een schone eenheid is het niet. En

252

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1957

Studentenalmanak | 340 Pagina's

Studentenalmanak 1957 - pagina 270

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1957

Studentenalmanak | 340 Pagina's