Studentenalmanak 1957 - pagina 264
een muziekstuk vast te houden — onder het luisteren aldoor een
Theo-logische, een van God sprekende stem mee moet horen.
De muziek zelf kan en moet liturgie zijn, evenals al ons werk.
c. De gebrokenheid van ons bestaan wordt niet geheeld door de
schoonheid; het ondergaan ervan, hoe heerlijk ook, blijft een be-
lofte. Men kan niet spelen met de gedachte van een „poëtische
verlossing", die ons door de menselijke creativiteit deel doet heb-
ben aan goddeUjk leven; van der Leeuw schijnt soms even die kant
uit te gaan^'). Dan is het bijna Manichaeische dualisme van Mön-
nich („Natuurlijk is zij — t.w. de menselijke cultuur — goddeloos,
maar de mens heeft niets anders om er God mee te dienen" i*))
nog eerder aanvaardbaar.
Geen poëtische verlossing. Omgekeerd: het volle genot der schoon-
heid is eerst mogelijk na en door de komst van Christus.
VI. Wie een expliciete rechtvaardiging van een onbevangen
ondergaan der schoonheid uit de Bijbel wenst, zal te vergeefs
zoeken. De Bijbel zegt er niets over, evenmin als over zo veel an-
dere zaken. Hier geldt m.i. ook wat Berkhof schrijft: „Net als ieder
ander mens is de gelovige aansprakelijk voor de onderhouding en
verbetering van dit bestaan. Dat is 20 vanzelfsprekend, dat het N.T.
er nauwelijks van spreekt" i^).
Misschien geeft de befaamde pericoop Prediker XI 7—XII 7 de ge-
zochte rechtvaardiging. Uw hart zij vrolijk, volg de lust der ogen.
Ge zult er om in het gericht komen: aan de mens is verantwoorde-
Ujkheid geschonken. Gedenk uw Schepper — dat is het „op gees-
telijke wijze ondergaan der schoonheid" — eer de kwade dagen
komen, waarin met zoveel goeds ook de ontvankelijkheid voor
het schone verdwijnt.
En dan zijn er nog de ontelbare plaatsen, waarin over God's „heer-
lijkheid" gesproken wordt — is dat niet de schoonheid? Het beste
van ons bestaan is, dat we gespannen en hunkerend uitzien naar de
volkomen openbaring van die heerlijkheid, en dat een glimp er
van al op ons voorhoofd valt. Ook in het ondergaan der schoon-
heid — een voorspel.
„Uw ogen zullen de Koning zien in zijn schoonheid" is een van de
stralendste woorden uit Jesaja. Misschien is het wel allegorese om
het hier toe te passen — een gevaarlijk bedrijf. Maat zou bij zo'n
uitzicht zelfs de nuchterste exegeet niet meedansen voor de ark?
246
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1957
Studentenalmanak | 340 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1957
Studentenalmanak | 340 Pagina's