Studentenalmanak 1957 - pagina 126
Wie hem bezocht werd aanvankelijk bovenal geïmponeerd door
het feit, dat hij daar doof en bijna blind terneerlag. Maar, geboeid
luisterend naar hetgeen hij te zeggen had, zag men het leed haast
tot een bijkomstigheid vervagen. Hij was volkomen helder van
geest, en wat hij zei was zo wezenlijk en zo schoon geformuleerd,
dat men het beleefde als een bezield gedicht.
Dat hij zijn zware Ujden, hoewel het hem bij momenten te machtig
scheen te worden, toch met een grondtoon van opgewekte aanvaar-
ding droeg, heeft het voor hen, wien hij dierbaar was, verrijkend
gemaakt om hem bij te staan en lichter om hem los te laten, toen het
moment daarvoor gekomen was.
Amsterdam, oktober 1956. F. H. WEISZ
114
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1957
Studentenalmanak | 340 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1957
Studentenalmanak | 340 Pagina's