Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Studentenalmanak 1957 - pagina 263

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Studentenalmanak 1957 - pagina 263

2 minuten leestijd

Immers, de befaamde „menselijke waardigheid" is een eminent

christelijk belang.

Daarom beminne men ook niet te zeer het gruwelijke. Ontelbare

theologen verwijzen naar het altaarstuk uit Isenheim (vooral sinds in

1918 de toenmalige predikant van Safenwil in een opzienbarend

boek Grünewald genoemd had!) Ook hier is het weer een kwestie

van accentuering. Het stuk van Grünewald is een imposant werk,

en men zal het „ m o m e n t " (van der Leeuw's term), dat het uitdrukt,

niet kunnen missen. Men kan echter in het grote fresco van Fra

Angelico (zeker, de „liefelijke" Fra Angelico!) met zijn rode achter-

grond de verschrikking van Golgotha ook vinden — en toch anders.

V. Het trekken van grenzen is ons nogal vertrouwd — gelukkig,

want het is misschien onze belangrijkste taak. Stellig als met rede

begiftigde wezens: de menselijke geest moet begrenzingen vinden

of maken; eigenhjk is dat het voornaamste cultuurwerk. Ook dit

is een onmisbaar bestanddeel uit de griekse erfenis. E n als Chris-

tenen worden we niet minder geroepen tot omtuinen (Abraham

Kuyper heeft dit alles heel goed beseft).

Hier, met leedwezen over de schematisering, drie punten bij wijze

van corollaria:

a. Kunst omsluit meer dan schoonheid; daarom kan van Peursen^^)

terecht waarschuwen tegen een kunst, die „een diepe bedding van

krachtig stromend religieus besef in zich bergt welke afvoert van

G o d " (de gedachte is beter dan de stijl!). Dit hebben de besten,

die „christelijke kritiek" hebben willen geven, steeds geweten.

Maar nu vergete men niet, dat het gevaar niet in de schoonheid

ligt — die komt alleen van God. Dus „niet christelijke schoonheid"

is een contradictio in terminis, en het in zijn uitwerking verder-

felijke kunstwerk getuigt in zijn schoonheid van God's glorie.

b. Kan de schoonheid zelf van God afvoeren? Michelangelo heeft

in zijn ouderdom met deze vraag geworsteld (ik bedoel het, zoals

hij het beleefd heeft; niet het ethicisme van Tolstoi). Als ik het

goed zie, is Mönnich er ook mee bezig, als hij van „onkuise kunst"

spreekt 1^).

Van der Leeuw „verstout zich" en zegt: „Wie de Schoonheid heeft,

heeft G o d " ^*). Daar is het antwoord. Wie schrikt van de formule-

ring, grijpe terug op het boven geciteerde woord van van Peursen

over het op geestelijke wijze ondergaan van de schoonheid — het

zegt precies hetzelfde.

Het betekent niet, dat men — om van Peursen's voorbeeld van

245

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1957

Studentenalmanak | 340 Pagina's

Studentenalmanak 1957 - pagina 263

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1957

Studentenalmanak | 340 Pagina's