Studentenalmanak 1957 - pagina 151
natuurlijk iets anders is dan gelijk. Elitevorming door het Corps
moet zoveel mogelijk vermeden worden — zo iets past aan een
Christelijke universiteit niet. Het risico van twist en tweedracht
tussen de verenigingen, die overigens voor het intern leven uit-
stekende gevolgen kan hebben, telt m.i. minder zwaar dan de wen-
selijkheid ieder te verenigen en de onmogelijkheid dat in één ver-
band te doen. Dat een dergelijke beslissing een zeer verantwoordelijke
zou zijn, ben ik mij bewust.
Met spijt moet ik contateren dat de activiteiten van de Senaat op
het gebied van het versterken van de Corpsband en de bezinning
op de grondslag weinige waren. De Senaat verwijt zich dit ook.
Als niet verontschuldigende oorzaken noem ik de noodzaak om na
de besprekingen onder leiding van mijn voorganger ontstane onge-
motiveerde meningsverschillen in het Corps te laten bezinken, de
overvloed van organisatorische en technische bezigheden, en ook
de mening, die ik althans persoonlijk ben toegedaan, dat waar
in het studentenleven alle nadruk valt op het individu en diens
vorming, ook de principiële vorming en de realisatie van de grond-
slag in de levenspraktijk een taak van het individuele Corpslid is,
evenwel versterkt en aangemoedigd door het verband, waarvan hij
lid is en dat zich op deze grondslag stelt.
Ik noem U de initiatiefbijeenkomst voor het oprichten van Corps-
gezelschappen van 1 mei, die gezien de zeer povere belangstelling
een niet onaardig resultaat opleverde in de vorm van een kegelclub
van vierde jaars Corpsleden. Op 22 mei bezocht Ds. H. U. Buitink
de sociëteit om Corpsleden te vinden, die bereid waren mee te werken
aan het evangelisatie werk in Amsterdam. Het waren er nog slechts
weinige. De vorming van jaarclubs onder de adspirant-corpsleden
wordt door de Senaat ten sterkste aangemoedigd.
Mijne Heren, ik kom aan het einde van dit jaarverslag. Een senatuur
uitoefenen in dit Corps is een niet immer vrolijk en dankbaar werk.
De klaagtoon hebt U horen opklinken in dit verslag. Het naderend
aftreden geeft een gevoel van verlichting. Toch danken wij God
voor het voorrecht een Vrije Universiteit te hebben, daar aan als
Corpsleden te mogen studeren en van dit Corps Senatoren te heb-
ben • mogen zijn. Zijn leiding immers geeft zin en inhoud aan het
werk, dat wordt gedaan. Hij blijve ons zegenen.
En U vraag ik. Mijne Heren, onze opvolgers die medewerking te
willen geven, die zij nodig hebben.
139
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1957
Studentenalmanak | 340 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1957
Studentenalmanak | 340 Pagina's