Studentenalmanak 1957 - pagina 132
Afgezien van het herhaald overleg met de jongere Oud-Rectoren
hoopt de Senaat dit eerbiedwaardig college te ontmoeten in de per-
soon van Prof. Dr. I. A. Diepenhorst, die Hem uitnodigde voor
een diner in het Amstelhotel op 16 oktober a.s.
Richten wij thans onze aandacht op de betrekkingen en verhoudingen
met de Academische Senaat, die dit jaar van wel zeer verschillende
aard waren.
Aan de Rector Magnificus, Prof. Dr. D. Nauta, denkt de Senaat
met zeer grote waardering en dank voor de belangstelling die hij
voor het wel en wee van het Corps aan de dag legde terug. Zelden
zal een Rector Magnificus van de Vrije Universiteit de „kleine
Senaat" zo aan zich hebben verplicht door het begrip, vertrouwen
en meeleven dat hij Hem betoonde. Het was één van de — weinige —
benijdenswaardige aspecten van mijn senatuur met Prof. Nauta
regelmatig contact te onderhouden. Met grote nauwgezetheid heeft
hij — veelal aan het oog onttrokken — veel gedaan voor het stu-
dentenleven aan de universiteit.
Op 10 februari werd de Senaat —• tesamen met het bestuur der
V.V.S.V.U. — door Professor en Mevrouw Nauta ontvangen.
Overigens bleef het contact met de Academische Senaat beperkt
tot het als gewoonHjk geringe aantal hoogleraren, dat de sociëteit
bezocht, en tot een heel enkele hoogleraar, die de rector — tot diens
verbazing — raadpleegde in verband met de verhouding tussen
de studietijd en -verplichtingen en de verplichtingen opgelegd
door het Corpslidmaatschap, een zaak die overigens de zorg ver-
dient van de verantwoordelijke Corps- en dispuutsfunctionarissen.
Voorts waren daar de besprekingen en correspondentie met de
„Novitiaatscommissie" van de Academische Senaat, die zich tevens
bezig houdt met de erkenningsaanvragen van tweede verenigingen.
Afgezien van het aangenaam contact, dat de Senaat met de leden van
deze commissie mocht hebben, geeft dit optreden aanleiding tot het
oppperen van enkele bedenkingen.
Dat aan een universiteit als de onze de Academische Senaat zijn ver-
antwoordelijkheid gevoelt voor dat, wat zich in het studentenleven
afspeelt, is boven alle kritiek verheven en kan slechts een prikkel
zijn voor het Corps om zijn primaire verantwoordeUjkheid ten deze,
die het zich helaas nauwelijks en zelden bewust is, te voelen en zich
dienovereenkomstig te gedragen, niet in het minst in verband
met het novitiaat, dat in het verleden zo vaak een gerechtvaardigde
aanleiding tot klachten vormde.
120
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1957
Studentenalmanak | 340 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1957
Studentenalmanak | 340 Pagina's