Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Studentenalmanak 1957 - pagina 260

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Studentenalmanak 1957 - pagina 260

2 minuten leestijd

we m o g e n ontmoeten, te genieten, ook al vertoont ze zich niet

in ons vertrouwde vormen. Om onbevangen de „wijde zee der

schoonheid"^) op te varen.

Over deze twee zinnen zou hier nu een heel lange verhandeling

moeten volgen. Het bestek laat dit niet toe; daarom wil ik een aantal

punten formuleren. Misschien wordt daardoor enige samenhang

gered, al is het ten koste van de laatste resten van leesbaarheid.

I. Onze Puriteinse (het woord in wijde betekenis genomen) achter-

grond kunnen en mogen we niet verloochenen. Het Puritanisme

is nog steeds een onmisbare component in ons bestaan, al was het

alleen om het nodige zout toe te voegen. Het is meer geweest:

de Puriteinen hebben zich aan de „cultuur" in engere zin veel ge-

legen laten liggen en zich zeer verdienstelijk gemaakt voor de

wetenschap (ik verwijs naar de buiten de kring der specialisten

veel te weinig bekende onderzoekingen van Hooykaas). Ze hebben

voldaan aan de eis, die van der Kooy onlangs in een ander verband

voor onze tijd kort en scherp geformuleerd heeft: „De wet van het

Koninkrijk eist van de mens, dat hij zal streven naar culturele voor-

uitgang, solidariteit, rechtvaardigheid en doelmatigheid"*) (van der

Leeuw zegt het niet anders: „die cultuurtaak heet in werkelijkheid

gehoorzaamheid des geloofs"*)).

De schoonheid is echter bij de Puriteinen (van velerlei kerkelijke

denominatie) te kort gekomen. Is het ongevoeligheid geweest? Of

bewuste onthouding van iets, waarin het leven het felst kan bruisen

(Dostojewski!), weloverwogen ascese dus? Ik weet het niet, maar

het feit ligt er. En we mogen er niet in berusten.

II. Over de wijze, waarop een Christen de veelheid der schoonheid,

ook der „niet christelijke" (straks zal büjken, dat deze term niet

alleen monstrueus, maar ook totaal onjuist is), kan en moet genieten,

heeft van Peursen enkele regels geschreven, die zo goed zijn, dat

ik ze graag overneem. Hij spreekt over een compositie van een niet-

christelijk kunstenaar en zegt dan: „Hij (d.i. de Christen) zal op gees-

telijke wijze, d.w.z. vanuit het inzicht in de bestemming der cul-

tuur hem door God's Geest geschonken, weten dat deze schoonheid

slechts mogelijk is, omdat toch God op een of andere wijze in deze

muziek aanwezig is"^).

Als we dit weer of voor het eerst ontdekken, beseffen we, waarom

Augustinus God aan kan spreken als „Schoonheid, zo oud en toch

zo nieuw"^) en God, Die alles schoon maakt, kent als opperste

schoonheid.

242

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1957

Studentenalmanak | 340 Pagina's

Studentenalmanak 1957 - pagina 260

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1957

Studentenalmanak | 340 Pagina's