Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Studentenalmanak 1958 - pagina 232

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Studentenalmanak 1958 - pagina 232

2 minuten leestijd

Pakistan, de Islam en de minderheden

door

Prof. Dr. D. S. Attema

De gedachte, dat de Moslims, wanneer India vrij zou worden

van de Britse overheersing, een eigen zelfstandig gebied zouden

moeten verkrijgen is van betrekkelijk jonge datum.

Waarschijnlijk werd zij voor het eerst uitgesproken in 1923 door

Khan Sahib Sardar M. Gulkan voor een met het oog op admini-

stratieve aangelegenheden gevormde commissie in de North-

West Frontier Province. Hij zeide: ,,Wij zouden veel liever scheiding

van Hindus en Moslims zien, 230 millioen Hindus in het zuiden en

SOmillioen Moslims in het noorden. Geef heel het gebied van Ras-

kumari tot Agra aan de Hindus en van Agra tot Peshawir aan

de Moslims", i)

Een jaar later sprak ook een Hindu, Lala Lajput Rai ^) zich in de-

zelfde geest uit, maar ook dit keer vond deze gedachte weinig

ingang. Aanzienlijk meer accent kreeg zij echter toen in 1930

ook een man van gezag als Sir Mohammed Iqbal verklaarde dit de

enig juiste oplossing te achten van de problemen waarvoor India

zich geplaatst zag en toen een Moslims student in de geschiedenis te

Oxford haar uitwerkte in de zin van een staat, die zou omvatten

de Punjab, Afghania ( = de North-West Frontier Province),

Kashmir, Iran, Sind, Tukharistan, Afghanistan en Baluchistan

en daarom naar de beginletters van deze gebieden Pakistan ge-

noemd zou moeten worden. ^)

Grote invloed begon deze gedachte ten slotte te krijgen toen

de Muslim Leaque haar in 1940 officieel tot een punt van haar

programma maakte (de z.g. Lahore resolutie) *) en Mohammed

Ali jinnah haar verder uitwerkte en fundeerde. Met nadruk poneer-

de hij de stelling, dat de Moslims niet mogen worden aangezien

voor een minderheid, zoals b.v. de Parsis, de Christenen, de

i) The problems of electorates. Ferozson. Pakistan. Z.j. p. 14.

*) Symonds. The making of Pakistan. London 1950. P. 59. Nafis Ahmed. Basis

of Pakistan. 1947. P. 21.

») Albiruni. Makers of Pakistan. Lahore 1950. P. 181.

«) Bolitho. Jinnah, creator of Pakistan. 1956. P. 128.

215

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1958

Studentenalmanak | 378 Pagina's

Studentenalmanak 1958 - pagina 232

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1958

Studentenalmanak | 378 Pagina's