Studentenalmanak 1958 - pagina 241
Maar vreemd, wanneer je k i j k t naar dat lijk van die doodgemartelde man,
dan k o m t er één bijzondere en nieuwsgierige vraag in je o p : als het nu juist
zulk een lijk was (en het heeft precies zo moeten zijn) dat al Z i j n leerlingen
zagen. Z i j n voornaamste toekomstige apostelen, dat de vrouwen zagen, die
Hem volgden en die bij het kruis stonden, allen, die in Hem geloofden en die
Hem aanbaden, hoe konden zij dan geloven als zij naar zulk een lijk keken,
dat deze martelaar kon opstaan. Hier komt onwillekeurig de gedachte o p :
als de dood zo vreselijk is en de natuurwetten zo krachtig, hoe kan men die
dan overwinnen ? Hoe kan men ze overwinnen als Hij ze nu nog niet overwonnen
heeft, die tijdens Z i j n leven de natuur kon overwinnen. Die uitriep ,,Talitha
K o e m i " en de maagd stond o p ; ,,Lazarus kom u i t " en de dode kwam uit zijn
graf? De natuur verschijnt ons, bij een blik op dat schilderij, in de gedaante
van een geweldig, onverbiddelijk en stom dier, of, veel juister, al is het vreemd
dit te zeggen, in de gedaante van een enorme machine van de modernste con-
structie, die zinloos, stompzinnig en gevoelloos dat grote onschatbare Wezen
heeft gegrepen en verzwolgen, vermorzeld en in zich verslonden — dit wezen
dat meer waarde had dan de gehele natuur en haar w e t t e n en die misschien
alleen maar geschapen was om eenmaal dit wezen t e kunnen doen verschijnen.
D i t schilderij was als 't ware alleen maar geschilderd om iemand deze donkere
gemene en zinloze kracht, waaraan alles onderworpen is, bewust t e maken . . . . "
Het is de doodsmacht, die v^aanzin brengt, chaos, misdaad en ge-
meenheid. Alleen de levenwekkende macht van Christus, die de
dood overw/on, brengt verlossing.
Nu komt de vraag: Wie is Christus? Dostojev^ski geeft geen
dogmatisch omlijnd antwoord. Soms spreekt hij over Hem op een
manier, die ons doet denken aan de nobele mens. D. kan zich niets
Schoners, edelers, niets meer verheven en groots denken dan
Christus. Maar aan de andere kant spreekt D. over Christus als
over God. Iwan Karamazow zegt van Hem: zijn doen is goddelijk,
maar wij zijn geen goden.
Een belangrijke rol speelt ,,de Russische Christus" bij D. Daarin
schuilt een polemiek vooral tegen het R. Katholicisme, dat het
Evangelie volgens D. radicaal heeft verknoeid. Maar ook denkt
D. bij deze uitdrukking aan Christus, zoals Hij leeft in het hart van
het eenvoudige volk van zijn vaderland.
In ,,De legende van Christus en de Groot-Inquisiteur" zegt Christus
geen enkel woord. Er is alleen maar het gebaar van een eindeloze
liefde. De Groot-Inquisiteur heeft gesteld, dat de verzoeker in
de woestijn gelijk had. Christus is mislukt en nu komt de kerk het
verbeteren. Een teruggekeerde Christus moet verbrand worden
als de ergste ketter. En Christus antwoord is het gebaar van de
liefde: hij kust de oude man op de dorre bloedeloze mond.
Het is ongetwijfeld onjuist te menen, dat Christus voor D. louter
224
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1958
Studentenalmanak | 378 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1958
Studentenalmanak | 378 Pagina's