Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Studentenalmanak 1958 - pagina 262

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Studentenalmanak 1958 - pagina 262

2 minuten leestijd

IV

In de nacht was het zachtjes gaan regenen zodat de jongen voor

zijn raam ging zitten en een pijp opstak; toen was het harder

gaan regenen zodat hij zijn raam opschoof en glimlachte; toen

was het nog harder gaan regenen zodat hij aan zijn pijp vergat

te trekken die gedoofd was toen het zo hard was gaan regenen

dat het in de regenpijpen borrelde en tokkelde; toen hield het op

met regenen zodat het door bleef regenen onder de druppelnatte

bomen; toen was het stil zodat hij hoestte.

Hij sloot zijn raam, want hoewel de mist was weggeregend bleef

het koud.

Hij stak zijn schemerlamp aan en schreef:

meisje was ik een god

met blik en stoffer

schepte ik

alle sterren kletterend

in een zilveren schaal.

En hij schreef over een andere god bij wie hij zijn sterren in-

ruilde tegen wat eeuwigheid die hij en het meisje samen konden

delen in zijn heelal dat nu duister was omdat er geen sterren

meer in schenen. En hij voegde er aan toe:

opdat die god zich niet bekocht

zou voelen stempelde ik

in stilte

voorzichtig

jouw luister tot licht.

Het begon dag te worden, hij voelde zich erg moe. Hij deed de

lamp uit en met over elkaar heen buitelende gedachten over een

hond, sterren en een meisje sliep hij in.

V

De trieste bewerker van het geluk hinkte in het donker weg.

Wist h ij dat de jongen te verlegen was om de vraag te stellen ?

In ieder geval was hij op zijn poot getrapt en dat moest vergoed

worden. Een pluim op zijn hoed ging niet want honden hebben

geen hoed. Dan maar tussen zakdoek en poot in. Maar ja, hij was

een hond en trok hem er uit met zijn bek en beet hem stuk. Hij

hinkte verder en op de grond lag een geknakte pluim.

Een kleine bruine teef kwam voor hem lopen. Hij begon sneller

243

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1958

Studentenalmanak | 378 Pagina's

Studentenalmanak 1958 - pagina 262

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1958

Studentenalmanak | 378 Pagina's