Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Studentenalmanak 1958 - pagina 258

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Studentenalmanak 1958 - pagina 258

2 minuten leestijd

Fokke Sierksma zuchten (want hij is ai wat ouder), en prevelen:

o, o, een formule . . .! De epigonen van het ,,an-rotzooien" zullen

een smadelijke schaterlach ten beste geven en brullen: ,,Man we

hebben toch fototoestellen!" En zo zal ieder godje zijn god naar

mij toeschuiven, want in de eeuw van de glamour girls heeft men

een nieuwe onzedelijkheid moeten creëren: die van hetgeen uit

de jaren gegroeid is.

Het door de beschouwer als identiek met het object ervaren

schilderstuk voldoet aan de hoogste norm die aan beeldende kunst

kan worden opgelegd. Dat betekent n i e t een fotografische

weergave; een foto kent geen dimensie, is zó momenteel dat men

de uitdrukking op een gelaat niet ziet opkomen uit een leven.

Alleen de uiterlijke gelijkenis zou Parrhasios' schilderij niet tot

een omhullende doek hebben gemaakt, neen, daarvoor moest hij

zijn streek omzetten in weefsel, identiek maken met het wezen

van een doek óf hij moest een teken vinden dat zó evident gelijk

was daaraan, dat de beschouwers niet zouden opmerken, dat het

slechts een teken voor een omhullende doek was. Men kan dus

op tweeërlei wijze de ideale weergave van het object najagen,

hetzij descriptief, volkomen gelijkend, zowel innerlijk als uiter-

lijk, hetzij in een symbolen-taal. Bij dit laatste is echter eerste

eis: evidentie van het gebruikte teken en aangezien alleen geniale

geesten in staat zijn tot een zo sluwe generalisering, zijn de tekens

vaak onverstaanbaar. Het gevolg is dat iemand opspringt en uit-

roept: ,,Parrhasios heeft geen doek voor zijn schilderij!"

Beide wijzen van weergave zullen echter nooit tot het gestelde

doel van de volkomen gelijkenis leiden. Immers, de schilder moet

afstand nemen van zijn object, de fysische eigenschappen er van

bestuderen, om van de achter de werkelijkheid liggende gege-

vens nog niet eens te spreken.

Hoe minder de schilder zich los kan maken van zijn object, des

te subjectiever het werk dat er door gebaard wordt en dus ook

des te minder gelijkend. Heel sterk valt dit op in het zelfportret,

waar immers subject en object samenvallen, maar ook de beeltenis

van een beminde vrouw staat vaak geheel buiten het werk van

de kunstenaar.

Is het echter de moeite waard om te blijven streven naar een on-

bereikbaar doel ?

239

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1958

Studentenalmanak | 378 Pagina's

Studentenalmanak 1958 - pagina 258

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1958

Studentenalmanak | 378 Pagina's