Studentenalmanak 1958 - pagina 258
Fokke Sierksma zuchten (want hij is ai wat ouder), en prevelen:
o, o, een formule . . .! De epigonen van het ,,an-rotzooien" zullen
een smadelijke schaterlach ten beste geven en brullen: ,,Man we
hebben toch fototoestellen!" En zo zal ieder godje zijn god naar
mij toeschuiven, want in de eeuw van de glamour girls heeft men
een nieuwe onzedelijkheid moeten creëren: die van hetgeen uit
de jaren gegroeid is.
Het door de beschouwer als identiek met het object ervaren
schilderstuk voldoet aan de hoogste norm die aan beeldende kunst
kan worden opgelegd. Dat betekent n i e t een fotografische
weergave; een foto kent geen dimensie, is zó momenteel dat men
de uitdrukking op een gelaat niet ziet opkomen uit een leven.
Alleen de uiterlijke gelijkenis zou Parrhasios' schilderij niet tot
een omhullende doek hebben gemaakt, neen, daarvoor moest hij
zijn streek omzetten in weefsel, identiek maken met het wezen
van een doek óf hij moest een teken vinden dat zó evident gelijk
was daaraan, dat de beschouwers niet zouden opmerken, dat het
slechts een teken voor een omhullende doek was. Men kan dus
op tweeërlei wijze de ideale weergave van het object najagen,
hetzij descriptief, volkomen gelijkend, zowel innerlijk als uiter-
lijk, hetzij in een symbolen-taal. Bij dit laatste is echter eerste
eis: evidentie van het gebruikte teken en aangezien alleen geniale
geesten in staat zijn tot een zo sluwe generalisering, zijn de tekens
vaak onverstaanbaar. Het gevolg is dat iemand opspringt en uit-
roept: ,,Parrhasios heeft geen doek voor zijn schilderij!"
Beide wijzen van weergave zullen echter nooit tot het gestelde
doel van de volkomen gelijkenis leiden. Immers, de schilder moet
afstand nemen van zijn object, de fysische eigenschappen er van
bestuderen, om van de achter de werkelijkheid liggende gege-
vens nog niet eens te spreken.
Hoe minder de schilder zich los kan maken van zijn object, des
te subjectiever het werk dat er door gebaard wordt en dus ook
des te minder gelijkend. Heel sterk valt dit op in het zelfportret,
waar immers subject en object samenvallen, maar ook de beeltenis
van een beminde vrouw staat vaak geheel buiten het werk van
de kunstenaar.
Is het echter de moeite waard om te blijven streven naar een on-
bereikbaar doel ?
239
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1958
Studentenalmanak | 378 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1958
Studentenalmanak | 378 Pagina's