Studentenalmanak 1958 - pagina 263
te strompelen, de teef versnelde haar tred, hij nog sneller, zij
nog sneller en bijna tegelijk vlogen ze door een gouden poortje
een grote tuin binnen. Getroffen door v^at hij daar zag bleef hij
stokstijf staan. Overal waar hij keek lagen, liepen of stoeiden
grote en kleine aanvallige teven in alle hondekleuren. Aarzelend
hief hij een poot op en terstond kwamen er een paar op hem af
en begonnen zijn wond te likken. Hier was het goed.
— Stop eens.
— Wat is er ?
— Even kijken — O, kijk! een dooie hond.
— Zeker aangereden. Waarom laten ze dat beest midden op de
weg liggen ? 't Is gevaarlijk!
— Moet je kijken hoe die bek gek open staat.
— Ja verrek, hij lacht!
V. T.
VERHAAL
De stad is waanzinnig geworden en
staart verbaasd de straten in waar
rossig iage zon doorheen valt.
Een man heeft een wit plastic cape
aangetrokken hij houdt de mensen
tegen bij de tram ,,sinds ik
hier sta mag niemand meer
passeren" wij stappen in de
rij en wachten moedeloos.
De noordenwind speelt een steriele
lach en werpt een krantenblad
in dit verbijsterd licht omhoog.
Men heeft mij naar de weg gevraagd
een jongen met zo klare ogen
achter brilleglazen heeft mij
de weg gevraagd ,,lk weet het niet
maar ergens moet een brug zijn
tussen de auto's met het glimmend
lakwerk door, maar wacht toch
op de t r a m " . O m zijn lippen
244
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1958
Studentenalmanak | 378 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1958
Studentenalmanak | 378 Pagina's